<       TSL 45 – REDACTIONEEL       >



Een groot deel van dit nummer van TSL is gewijd aan de Russische schrijver Vladimir Sorokin (1955), een van de meest spraakmakende auteurs van Rusland na de perestroika. Hij begon te schrijven in de jaren tachtig, maar kon zijn eerste werken nog niet publiceren. Vanaf het begin van de jaren negentig was dat wel mogelijk, ook al waren er veel lezers die het verbod gehandhaaft hadden willen zien. Sorokin is namelijk een schrijver die bewust shockeert en daarbij de grenzen van het aanvaardbare opzoekt. Voor Rusland, waar in de sovjettijd de beschrijving van een blote borst al als pornografisch werd gezien, betekenden de seks- en geweldscènes van Sorokin net zo’n radicale verandering als de politieke omwenteling. Hij past perfect in zijn tijd.

Dat Sorokin niet alleen maar een taboedoorbreker is, maar een veelzijdig, hoogst interessant auteur, die in het begin van deze eeuw ook geheel nieuwe wegen inslaat, wordt naar we hopen duidelijk uit de artikelen over en vertalingen van zijn werk die in dit nummer zijn opgenomen. Er zijn enkele romans en een bundel verhalen van hem in het Nederlands vertaald, maar hij verdient een grotere bekendheid.

Behalve voor Sorokin ook aandacht voor de klassieke Russische literatuur. De arts in ruste Kees Jiskoot heeft zo ongeveer het hele poëtische oeuvre van Lermontov vertaald, maar daar is nog maar een deel van gepubliceerd. We presenteren enkele van zijn vertaalproeven, waaronder het bekende ‘Borodino’, die zeker een vervolg zullen krijgen. Ook klassiek Russisch proza mag zich, gezien de stroom nieuwe vertalingen, in een grote belangstelling verheugen.

December 2006



<       TSL 46       >