Theater is teamwerk en meer dan tekst alleen
Misdaad en straf door het Noord Nederlands Toneel




Ko van den Bosch (1957) is een duizendpoot in het theater. Hij verwierf bekendheid als regisseur, acteur, vormgever en was frontman van zijn eigen gezelschap Alex D’Electrique. Tegenwoordig is hij vast verbonden aan het Noord Nederlands Toneel waarvoor hij in 2013 Dostojevski’s roman Misdaad en straf bewerkte tot toneelstuk. Het Noord Nederlands Toneel bracht deze klassieker op 3 maart 2013 in première in Groningen en ging er vervolgens mee op tournee door Nederland t/m 8 mei.

Ruim vijfhonderd pagina’s moeten worden gecondenseerd tot een tekst die in ongeveer twee uur op de planken kan worden gezet. Om te beginnen maakte Van den Bosch een ‘plattegrond’ van het boek.

Dat is het eerste dat ik heb gedaan. Daar begint het proces mee. Het is een dik boek met veel personages. Door de hoofdstukken voor mezelf samen te vatten kan ik overzien hoe alle schakeltjes zo worden gezet dat Raskolnikov – de hoofdpersoon – uiteindelijk de moord bekent die hij meteen aan het begin al pleegt. Hoe het schuldbesef en de paranoia in zijn hoofd zich ontwikkelen.

Theater maken is teamwerk. Allereerst zet de regisseur – Ola Mafaalani – de bakens uit. Zij bepaalt welke thema’s uit het boek belangrijk zijn voor de voorstelling. Dramaturge Dirkje Houtman gaat vervolgens op zoek naar de passages en ontwikkelingen die daarbij passen, die belangrijk zijn binnen die thema’s. Aan mij is dan het concrete handwerk. De teksten zo smeden, dat het een logisch geheel wordt. Tegelijkertijd moet ik veel puzzeltjes oplossen. Het boek kent ruim dertig personages terwijl wij het moeten doen met zes acteurs. Ik voeg dus situaties en personen samen of maak soms grote sprongen waarbij ik wijdlopige verhandelingen oversla. Dat kan niet anders, anders zou het stuk ook langer dan een etmaal duren. Ik selecteer, maar ik voeg niks nieuws toe. Dat heeft Dostojevski niet nodig. En ik zoek naar dingen die met beelden of muziek over het voetlicht kunnen worden gebracht. Theater is natuurlijk meer dan tekst alleen.

Toen ik het boek voor het eerst las dacht ik meteen: dit is zó mooi theater. Het is een krimi, dus dat motorblok heb je er al in zitten. Je weet wie het gedaan heeft en dan volgt dat doorlopende kat-en-muisspel waarbij ze op Raskolnikov inbeuken en hem naar Siberië brengen, waar hij zichzelf uiteindelijk accepteert als mens. Een prachtig gegeven. En het aardige is ook dat iedereen die bij onze productie betrokken is dat vindt. De acteurs, decorontwerper, muziekcomponist, ze zeggen unaniem: wat is dít mooi!

Misdaad en straf is een heel modern boek, ook al is het honderdvijftig jaar oud. Uiteindelijk gaat het om liefde, of noem het genade, of empathie.

Door de genade die Raskolnikov ondervindt van de hoer Sonja accepteert hij uiteindelijk zichzelf als mens, met al zijn fouten. Diezelfde genade zit eigenlijk ook in de inspecteur van politie Porfiri, die hem eindeloos benadert en ondervraagt. Het gaat Porfiri er vooral om dat Raskolnikov bekent, dat vindt hij waardevoller en belangrijker dan de uiteindelijke straf. De scènes tussen die twee zijn in het boek al meest in dialoogvorm. Prachtig zuigende tweegesprekken. Daar hoef ik niks meer aan te doen. Dat is al theater.

dosto

Fjodor Dostojevski

Twee andere belangrijke gegevens in het boek zijn geld en religie. Dostojevski maakt in het boek gewag van ‘moderne theorieën waar men aan hangt’, dat waren op dat moment economische ideeën die uit Engeland waren komen overwaaien. Het kwam erop neer: ‘als je voor jezelf maar genoeg rijkdom vergaart, dan komt het met de maatschappij wel in orde.’ Een soort neo-liberaal denken dat de menselijke verhoudingen blokkeert. Een nog groter thema is dat God dood is. Wat blijft er dan nog over? Wat is dan je reden om te handelen? Daar worstelt Raskolnikov mee. Althans, dat kun je zo lezen. De damp van het christendom hangt zwaar over Dostojevski heen en Raskolnikov vindt eigenlijk in zichzelf God weer terug.

God wordt bij Raskolnikov zelf in zijn worsteling en in zijn lijden geboren door de genade van Sonja. Hij vindt liefde bij de allerarmsten. Want Sonja moet hoereren omdat er geen geld is. Haar vader is een zuiplap en ze heeft broertjes en zusjes. Toch voelt ze liefde voor Raskolnikov. Daar staat tegenover Loezjin, de verloofde van Raskolnikovs zuster Doenja, een vrekkige, rijke man die denkt een vrouw te kunnen kopen. Hij zegt: je kan beter met een arm meisje trouwen, want die zal je eeuwig dankbaar zijn.

Dit vind ik allemaal thema’s die je in de hedendaagse maatschappij terugziet. Je ziet het terug in het gewetenloze graaien van bankiers, aan mensen die worden ontslagen wegens wanbeleid in de top van het bedrijf, scholen die failliet gaan onder het bewind van een of andere manager. Hoe we omgaan met illegalen. Of met drugsverslaafden. Winners en losers. Maar de losers tellen niet meer mee. Die zijn marginaal. Is het bijvoorbeeld nodig dat kinderen niet naar school gaan, omdat ze hier ‘maar’ vijf of zes jaar zullen verblijven? Als je dat met empathie bekijkt, dan denk je: zou ik willen dat ik zo behandeld word? Die parallellen naar het heden maken we, maar we gebruiken wel de originele tekst van Dostojevski. Er worden geen moderniteiten in gestopt. Ook niet in de taal.

De kijker gaat Raskolnikov uiteindelijk sympathiek vinden. Dat moet ook wel, anders vind je hem een grote klootzak en wordt het verhaal te simpel. Je moet als theatermaker – als schrijver trouwens ook – advocaat zijn voor je hoofdpersonage. Je moet willen begrijpen dat hij doet, zoals hij doet. Raskolnikov vertoont eigenlijk een hele rare mix van totaal egocentrisme – hij vindt zichzelf een übermensch met een ‘license to kill’ – en altruïsme; hij ontfermt zich over het straatarme gezin van Sonja, heeft sympathie voor die zuipschuit van een vader. Je ziet als toeschouwer die worsteling die hij heeft en je hoopt dat hij vrij blijft. Dat hij niet wordt gepakt. Tegelijkertijd denk je: hij moet gesnapt worden, want deze innerlijke strijd waar hij in zit, daar komt hij niet meer uit. Die sloopt hem. Dus het is een opluchting als hij bekent. Terwijl hij daar welbeschouwd de noodzaak niet meer toe heeft, want hij hoort op het politiebureau dat de enige ‘echte’ getuige tegen hem – Svidrigajlov, zelfmoord heeft gepleegd. Raskolnikov loopt dan nog even naar buiten, ziet Sonja, loopt weer terug naar binnen en bekent.

Er is overigens controverse over wat de correcte vertaling is van de titel van het boek. Wij gebruiken Misdaad en straf, vroeger lag het in de schappen als Schuld en boete. Maar onlangs las ik dat Frank Castorf (artistiek leider van het Duitse theatergezelschap Die Volksbühne) meent dat de juiste vertaling luidt: Überschreitung und Zurechtweisung. Overtreding en terechtwijzing dus. Dat vind ik veel mooier. Het dekt de lading veel beter en het is ook hoe Raskolnikov zélf het ziet. Het overschrijden van een grens, dat is wat hij met de moord op de woekeraarster heeft gedaan. ‘Terechtwijzing’ vind ik ook veel beter dan ‘straf’. Het gaat om de innerlijke worsteling van Raskolnikov en dat hij door zijn eigen geweten wordt terechtgewezen.


<   

TSL 63

   >