Marc van Rijswijk




Henryk Sienkiewiczs Hania




Henryk Sienkiewicz werd in 1846 geboren in een verarmde adellijke familie. In de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw begon hij onder het pseudoniem Litwos korte verhalen te publiceren in dagbladen, waardoor de interesse in zijn persoon toenam en hij er uiteindelijk toe overging om zijn eigen naam te gebruiken. Daarnaast was hij ook een aantal jaren redacteur van de Niwa, een Pools literair en wetenschappelijk tijdschrift dat hij gebruikte als podium voor zijn eigen korte verhalen.

De meeste faam verwierf Sienkiewicz met zijn roman Quo vadis, het boek dat hem in 1905 de Nobelprijs voor de Literatuur opleverde. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, installeerde Sienkiewicz zich in Zwitserland, waar hij de Poolse belangen behartigde en bleef wonen tot aan zijn dood in 1916. In zijn boeken snijdt hij vooral thema’s uit de vaderlandse geschiedenis aan, maar hij heeft ook andere genres op zijn naam staan, zoals psychologische, adellijke en historisch-religieuze romans.

Hania is het middelste deel van het zogenoemde ‘kleine drieluik’ van Sienkiewicz. Het wordt voorafgegaan door De oude knecht (geplaatst in TSL 94) en gevolgd door Selim Mirza. Veel verhaalelementen in Hania wekken de indruk dat het genre van het boek valt onder de zogeheten ‘gawęda szlachecka’, wat zoiets betekent als ‘adellijke vertelling’. Dit genre kenmerkt zich door talrijke uitweidingen, een niet-chronologische weergave van gebeurtenissen, elementen die typerend zijn voor de spreektaal en veel verwijzingen naar de standenmaatschappij van die tijd, met name naar de adel en haar gebruiken. De auteur houdt zich op de achtergrond en voert de hoofdpersoon op als de verteller. Het hele boek is geschreven vanuit het ik-perspectief en leest daardoor als een soort dagboek.

De gevoelens van de edelman Henryk en de Tataarse ruiter Selim voor het weesmeisje Hania vormen de rode draad in het boek. Het boek bevat een hoop gesprekken en discussies tussen deze drie personen. Tegen het einde van de roman gaan Henryk en Selim zelfs een duel aan. De laatste pagina’s vermelden dat Hania de pokken krijgt, waardoor ze zo verminkt wordt dat de liefde van Henryk een flinke deuk oploopt. Ze geneest weer en treedt in het klooster als zuster van barmhartigheid, waardoor Henryk haar lange tijd niet ziet. Het boek eindigt met een ontmoeting tussen hen tweeën. Tot blijdschap van Henryk zijn de sporen van de pokken geheel uit Hania’s gezicht verdwenen. Hier stopt het boek abrupt. Het motief van de onvervulde liefde doet denken aan bepaalde werken van de Russische schrijvers Leo Tolstoj en Ivan Toergenjev.




<

TSL 98

>