Andri Ljoebka



Het Genie van de Karpaten
[fragment uit het derde hoofdstuk van de roman Carbide]




[…] Het Genie van de Karpaten genoot namelijk niet de beste reputatie en werd gezien als een mensenschuw en stug iemand.

Maar ten onrechte, want eigenlijk was hij gewoon een niet al te spraakzame kerel die liever niet met buitenstaanders over zijn privézaken kletste. Hij had rood haar, een grote moedervlek ter hoogte van zijn rechteroor en sterk geprononceerde gelaatstrekken op een rechthoekig gezicht. En zwijgzaam was hij wel – een gewoonte die hij nog als jongeman vanzelf had ontwikkeld, helemaal aan het begin van zijn smokkelcarrière. Vlakbij Vedmediv lopen namelijk twee landsgrenzen – met Hongarije en met Roemenië. Op een uur rijden met de auto ligt ook nog eens de grens met Slowakije, en in twee uur kan men tot bij de Poolse grens raken. Bij allerhande schavuiten genoot echter de Hongaarse grens de grootste populariteit: ten eerste, omdat ze gunstig gelegen was doordat ze over vlak terrein liep, door velden en langs de Tisza-rivier. Ten tweede kon men nog ten tijde van de Sovjet-Unie net in dat relatief welvarende Hongarije mooie kleren, lekkere voedingswaren en allerlei artikelen halen die een schaars goed waren voor de Sovjetburgers. Het Goelasjcommunisme, zoals Kádárs regime in de Volksrepubliek Hongarije vaak genoemd werd, was gebaseerd op de eenvoudige afspraak tussen het bewind en het volk: de staat viel de mensen niet overdadig lastig met communisme en repressies, maar zorgde wel voor genoeg eten en geld, en in ruil protesteerde het volk niet al te veel tegen het ondemocratische regime, dat in essentie een bezettingsbewind was. Dus werd Hongarije voor enkele geluksvogels het land bij uitstek om een handeltje op te zetten, en trok men uitgerekend naar daar om ongelooflijke staaltjes weelde voor de Sovjetburgers terug mee te brengen.

Helemaal anders was het gesteld met Roemenië, dat onder Ceaușescu in een armoedig en hongerlijdend reservaat was veranderd. Na de publieke ruzie met de USSR, toen Roemenië in 1968 geweigerd had om zijn tanks naar het opstandige Praag te sturen, besloot Ceaușescu om een soort eiland op het droge te creëren, of eigenlijk om een staat uit te bouwen die op geen enkele manier afhankelijk zou zijn van zijn buren – en in de eerste plaats niet van de USSR of van Hongarije. Wanneer de zwakzinnigheid van de Roemeense leider begin jaren tachtig haar hoogtepunt had bereikt – toen had hij namelijk beslist om alle buitenlandse schulden af te lossen die hij eerder bij allerlei internationale organisaties was aangegaan – veranderde het dagelijkse leven in Roemenië in een ware hel: voedingsmiddelen verdwenen uit de winkelrekken, de televisie zond nog slechts twee uur per dag uit en het openbaar vervoer viel stil, terwijl de geheime veiligheidsdiensten net steeds meer ‘interne vijanden’ gingen oppakken en elimineren.

Geen wonder dus dat men in Oekraïens Transkarpatië destijds weinig oog had voor Roemenië: er ging zelfs een mop rond dat je in Roemenië niet veel meer kon halen dan een emmer beton. Dat bij thuiskomst al hard geworden zou zijn, welteverstaan. Kortom, van talrijke contacten of druk goederenverkeer was er geen sprake, maar voor een enkeling viel er altijd wel wat te rapen. Dat was ook wat Mircea dacht, zelf een Transkarpatische etnische Roemeen die midden de jaren tachtig bezoekjes begon te brengen aan zijn Roemeense verwanten aan de andere kant van de grens, waar hij met eigen ogen kon vaststellen dat er daadwerkelijk niets voorhanden was om uit te voeren, maar dat je er wel praktisch alles zou kunnen gaan invoeren. En dat alles er ook snel van de hand zou gaan: lucifers, vodka, worst, jam, schoenen, lusters, spijkers, noem maar op. In Roemenië was er niets, en de mensen waren bereid om hun laatste centen uit te geven aan om het even wat van enige waarde. Zo begon Mircea’s gestage groei van puisterige snoepsmokkelaar tot geheime miljonair en crimineel zwaargewicht aan beide zijden van de grens.

Toch was hij niet bepaald fan van zijn bijnaam ‘het Genie van de Karpaten’. Dat was namelijk hoe hij enigszins schertsend genoemd werd: zelfs in een barre woestijn, die Roemenië eind jaren tachtig toch wel was, had deze gewiekste waaghals alsnog manieren gevonden om profijt te halen. Want ‘het Genie van de Karpaten’ (of ook wel eens ‘de Zon van de Karpaten’) was eigenlijk hoe men Ceaușescu betitelde. Toen deze ‘leider’ door al zijn absolute macht, die hij alleen met zijn echtgenote Elena deelde, geleidelijk zijn greep op de werkelijkheid begon te verliezen, begonnen allerlei hielenlikkers en bureaucraten hem om het meest op te hemelen, wat een persoonscultus tot stand bracht met al zijn kenmerkende uitingen: talloze portretten, allerlei academische titels voor het genie van Ceaușescu, dankbrieven van de bevolking en nog meer van dat soort onzin. En dit terwijl de secretaris-generaal van de Roemeense communistische partij slechts twee bijzondere eigenschappen had: een ontzettende fobie voor een aanval van buitenaf, en een gigantomanie die gekoppeld ging aan zijn grootheidswaan. Iedereen kon zomaar van buitenaf aanvallen: zowel het snode kapitalistische Westen, maar evengoed de vijandige imperialistische Sovjet-Unie, dus wijdde Ceaușescu het leeuwendeel van het staatsbudget aan bewapening en het aanleggen van verdedigingswerken. Wat nog overbleef spendeerde hij aan het ombouwen van Roemenië, door het letterlijk vol beton te gieten: hele steden, en met name de oude huisjes uit vergane tijden waar Ceaușescu een grondhekel aan had, werden met de grond gelijk gemaakt, en in hun plaats rezen er socialistische hoogbouwgedrochten op. De boerendorpjes verging het net zo erg, zo niet erger, daar een van de dromen van de getikte dictator erin bestond om van Roemenië een compleet geürbaniseerde staat te maken, zonder platteland of plattelandsbewoners, waar iedereen in fabrieken zou werken en in torenflats zou wonen.

Een van Ceaușescu’s meest geschifte projecten werd de aanleg van de Transfăgărășan autoroute die dwars door het Karpatische hooggebergte loopt. Alle ingenieurs beschouwden dit als een onzinnige onderneming, omdat de aanleg van een betonnen weg zo hoog in de bergen een onverantwoord dure uitspatting was, maar Ceaușescu zette de volledige werkkracht van het land op dit project, zoals de Russische despoten dat ook ooit deden, zonder daarbij mensenlevens, kosten of de natuur te sparen. Het was ongeveer rond deze periode dat de plaatselijke pers hem als het Genie en de Zon van de Karpaten begon te verheerlijken, waarbij hij gelijkgesteld werd met God die uit eigen beweging het aangezicht van de Aarde kan veranderen. In Transkarpatië, waar men op de hoogte was van de armoede en de aan hongersnood grenzende leefomstandigheden in Roemenië, spraken de mensen de woorden ‘Genie van de Karpaten’ met bittere spot uit. Daarom hoeft het ook niet te verbazen dat deze bijnaam bij Mircea, een man die geen greintje gevoel voor humor bezat en volkomen onverschillig was voor grapjes, niet in de smaak was gevallen. Maar zelf kon hij er niets tegen beginnen: wanneer iets eenmaal bij de mensen over de tong begint te gaan, dan valt dat niet meteen te verbieden.

Daarbij klinkt de bijnaam ‘het Genie van de Karpaten’ ook vrij schamper wanneer het op iemand slaat die amper twee kilo snoep en vijf paar nylon damespanty’s over de grens brengt. Maar in de loop der jaren bleef de schaal van Mircea’s activiteiten steeds toenemen, alsof het die spottende bijnaam zelf was die zijn lot was beginnen te sturen. Eenmaal goed vertrouwd geraakt met de omstreken, begon Mircea zich almaar minder vaak op de officiële grensovergangen te vertonen, daar hij zich steeds meer thuis voelde op wolvenpaden tussen de bergkammen, waar geen enkele grenswachter hem te pakken zou kunnen krijgen. En ook zijn inkomsten waren inmiddels toegenomen: door de bergen kon je immers alles dragen wat je maar wilde, zoveel je maar wilde.

Aan het begin van de jaren negentig had het Genie van de Karpaten al hele ploegen werknemers (of dragers) in dienst, en liep het in de grijze zone van het Oekraïens-Roemeens grensgebied vol met Mircea’s konvooien en caravans. Maar weldra werd dit handeltje eerder zinloos toen het communisme ten val kwam en Roemenië toegang kreeg tot goederen uit het meer welvarende Turkije, die daarbij ook nog van aanzienlijk hogere kwaliteit waren dan die uit het armzalige post-Sovjet Oekraïne. Toen die inkomsten uit de smokkel begonnen op te drogen en Mircea al serieus begon te overwegen om zijn activiteiten naar de potentieel lucratievere Hongaarse grens te verplaatsen, diende zich een nieuwe opportuniteit aan – drugs. Aan alle Oekraïens-Europese grenzen waren drugs een monopolie van de Roma, doordat hun diensten goedkoop waren, ze nergens voor terugdeinsden en gretig hun leven riskeerden. De stuff werd overwegend onder de sluier van de nacht door de donkere bossen getransporteerd, maar je had ook virtuozen die een hele zak cocaïne inslikten of hem in hun aars stopten om daarna schaamteloos de grens over te steken terwijl ze de corrupte douaniers uitdagend in de ogen keken. Maar na verloop van tijd verplaatste de meeste drugstrafiek zich toch naar de bossen, omdat zowel de menselijke maag als de anus nu eenmaal hun limiet hebben, en je uiteindelijk beduidend meer óp je lichaam kunt vervoeren dan erin. Daarenboven waren er ook enkele gevallen geweest waarbij zulke zakjes tijdens de paspoortcontrole in de maag van een Roma scheurden en hij dan in een staat van extreme euforie pal voor het loketraampje doodviel. Dit zorgde voor een toegenomen spanning aan de grens, en de douaniers begonnen zelfs te morren over de nood aan röntgenapparaten bij de grensovergangen. Kortom, de enige route die nog overbleef, waren de bossen.

En in de bossen kon niemand tippen aan het Genie van de Karpaten. Alleen hij kende de vergeten paadjes, de ravijnen waar je je gedeisd kon houden terwijl een patrouille op haar ronde voorbijkwam, de kortste route naar de dichtstbijzijnde Roemeense autoweg, waar er al bulkkopers in Jeeps zaten te wachten. Hij kende alle plekjes waar je onderweg kon overnachten, en alle waterbronnen waar je zuiver water kon drinken als je dorst kreeg. De Roma hadden Mircea vrij snel op hun radar gekregen en stelden hem voor om hun gids te worden. Hij ging akkoord en gedurende een paar jaar die daarop volgden verdiende hij een aardige duit met zijn behoedzame diensten als alleswetende kompas.

Zo ging het nog een tijdje door tot er weer verandering kwam in de geopolitieke situatie, toen Roemenië ineens een sprong voorwaarts maakte, in de armen van de Europese Unie. Ergens in het midden van de jaren 2000 brak het Genie van de Karpaten definitief met de Roma, voor wie hij diep vanbinnen toch wat schrik had, en legde hij zich toe op zijn eigen onderneming – illegalen de grens helpen oversteken. Al hielp hij, laten we eerlijk zijn, niet iedereen effectief naar de overkant. Aanvankelijk brachten serieuzere spelers Pakistani’s en Chinezen in vrachtwagens naar hem toe, waarna Mircea hen te voet door de Karpatische bossen naar hun zorgeloze toekomst in Europa gidste. Maar na enkele maanden had hij rechtstreekse contacten met de leveranciers weten aan te knopen – en sinds dat moment liep niet elke trip nog succesvol voor hem af. Hij had immers ook een deel van de koek aan de grenswachters moeten afstaan. Het was één ding om 10 kilo drugs te transporteren, maar het was heel wat anders om een horde van honderd mensen, die zelfs uit de ruimte goed zichtbaar was, door de bergen te gidsen. Op een gegeven moment hadden de grenswachters het Genie van de Karpaten bij zijn lurven gevat en hem tot een akkoord gedwongen: voortaan zou hij een deel van de inkomsten én van de illegalen aan hen moeten afstaan.

De chefs van de grenswacht moesten immers ook rapport uitbrengen over het geleverde werk en de grensschenders die ze hadden onderschept. Dus zowat om de twee weken nam het Genie van de Karpaten een groep van twintig à dertig Chinezen mee en bracht ze naar het donkere Karpatische oerbos, waar hij zijn best deed om hen af te matten en in de war te brengen door voortdurend rondjes te lopen in de omstreken van Vedmediv. Na een dag of twee, wanneer iedereen (de gids incluis) al bijna omviel van vermoeidheid, wanneer de voedselvoorraden bijna op waren en het voelde alsof ze wel honderden kilometers hadden afgelegd en dat achter elke boom nog net niet de stadsrand van Parijs, maar toch op zijn minst die van Wenen zou beginnen, dan riep het Genie van de Karpaten zijn groep bijeen en deelde hen mee dat ze eindelijk in Roemenië waren aangekomen en dat ze zich nu op een veilige plek ver van de grens bevonden. De Chinezen beloonden hem gul voor zijn diensten, waarna Mircea terstond in het struikgewas verdween zonder een spoor achter te laten. En enkele uren later zouden de potentiële migranten dan door de immer waakzame Oekraïense grenswacht worden ontdekt. Op die manier werd zowel de kool als de geit gespaard (maar weliswaar niet de Chinezen): Mircea pakte zijn poen, en de grenswachters krikten hun statistieken op. Een echt Genie van de Karpaten!


Vertaling Roman Nesterenco




<

TSL 97

>