Yolanda Bloemen



De schaal van Berkovitsj.
Wat gebeurde in de Russische theaters na februari 2022?




Умные нам не надобны. Надобны верные
(Verstandigen hebben we niet nodig. Betrouwbaren zijn er nodig)
Arkadi en Boris Stroegatski, Troedno byt’ bogom



‘Wij hebben gewonnen! We hebben een open en eerlijke strijd gewonnen.’ Dit zei een zichtbaar geëmotioneerde Vladimir Poetin in zijn overwinningstoespraak in maart 2012 nadat hij, na vier jaar als premier onder president Medvedev te hebben gediend, de voor hem zo belangrijke presidentsverkiezingen had gewonnen. Voor het eerst in lange tijd was er veel protest geweest en was er een oppositiekandidaat die zich werkelijk liet gelden: Aleksej Navalny. Vele duizenden waren de straat op gegaan. ‘Rusland zonder Poetin!’ was de kreet die werd geroepen. Maar dát Rusland kwam er niet: er kwam een Poetin-Rusland waarin de repressie op het maatschappelijke en culturele leven steeds sterker werd. Na het begin van de oorlog van Rusland met Oekraïne in februari 2022 is die repressie nog veel sterker geworden. In dit artikel illustreer ik dat aan de hand van de ontwikkelingen in de Russische theaterwereld.

De Russische cultuur kent vele hoogteen dieptepunten. En het gezag heeft zich met die cultuur altijd ingrijpend bemoeid. ‘Alleen bij ons hebben ze respect voor de poëzie,’ zei de Russische dichter Osip Mandelstam in de jaren dertig van de vorige eeuw, ‘alleen bij ons kun je er de doodstraf voor krijgen.’ Zijn vrouw Nadezjda tekende deze uitspraak van haar man in haar memoires op. De jaren dertig: het was de periode van Stalins Grote Terreur.

Voor eens en voor altijd moest worden afgerekend met de ‘vijanden van het socialisme’. Vrijheden werden steeds meer ingeperkt, grote aantallen burgers werden gearresteerd en na schijnprocessen gedeporteerd of gefusilleerd. In het jaar 1937 bereikten de massale zuiveringen een treurige climax. Osip Mandelstam – die algemeen wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters die Rusland heeft voortgebracht – werd wegens gedichten die het regime onwelgevallig waren in 1934 tot drie jaar verbanning veroordeeld. Enkele jaren later, in 1938, werd hij opnieuw gearresteerd. Op grond van de beschuldiging van ‘contrarevolutionaire activiteiten’ werd de dichter – die zich nooit met enige vorm van politiek activisme had ingelaten – tot vijf jaar dwangarbeid in een strafkamp veroordeeld. Nog datzelfde jaar stierf hij door uitputting en ziekte in een doorgangskamp. ‘Respect voor de poëzie’: het was Mandelstams cynische omschrijving van de politieke drijfveren die hem het zwijgen oplegden. Inderdaad, de poëzie werd in die periode van het stalinisme bloedserieus genomen. Iets soortgelijks zou je anno 2024 over de omgang van het Poetinregime met kunsten en literatuur kunnen beweren.



onacceptabel toneelstuk


Een aangrijpend recent voorbeeld van de wijze waarop het Russische regime de cultuur, en in dit geval het theater serieus neemt en ‘respect’ betoont, is de zaak van theaterregisseur en schrijfster Zjenja Berkovitsj en toneelschrijver Svetlana Petrisjoek.

Svetlana Petrisjoek is de auteur van het stuk ‘Finist, de dappere valk’, Zjenja Berkovitsj regisseerde het. Vanaf 2019 had dit stuk in Russische theaters veel succes. Het handelt over Russische vrouwen die online door IS geronseld worden om met islamitische strijders te trouwen, en die vervolgens naar Syrië vertrekken. Petrisjoek en Berkovitsj baseerden zich op documenten, teksten en gesprekken. Wat ze beoogden, zo legden ze in interviews uit, was het signaleren van het gevaar dat vrouwen in terroristische netwerken verstrikt raken. In 2022 werd ‘Finist’ aangemerkt als beste dramaturgische werk van dat jaar en ontving het de belangrijke theaterprijs het Gouden masker. In mei 2023 echter nam het leven van Berkovitsj en Petrisjoek een dramatische wending. De twee vrouwen werden vanwege deze theaterproductie gearresteerd en beschuldigd van ‘het rechtvaardigen van terrorisme’ en ‘het uitdragen van een ideologie van radicaal feminisme’. Basis voor hun arrestatie was een rapport van Roman Silantjev, een controversiële professor godsdienstwetenschappen aan de Moskouse Staatsuniversiteit. Hij noemde ‘Finist’ ‘onacceptabel’: dit toneelstuk, zo stelde hij, was volstrekt verwerpelijk.

Er kwamen veel steunbetuigingen voor Berkovitsj en Petrisjoek. In de vele weken die het proces in beslag nam ontrolde zich in de rechtszaal een spektakel dat veel aandacht trok en voor veel beroering zorgde. Berkovitsj kwalificeerde het proces zelf als ‘een show’. De twee vrouwen hielden indrukwekkende betogen: tijdens een van de zittingen bijvoorbeeld wendde Berkovitsj – die naast regisseur ook dichter is – zich in versvorm tot de rechter. Het opvallendste moment vond plaats op een van de laatste dagen van het proces. In de rechtszaal verscheen een gemaskerde man, een getuige à charge, die Nikita werd genoemd, en van wie in de wandelgangen beweerd werd dat het een acteur was. In een warrige monoloog vertelde deze figuur hoe hij bij het zien van het stuk diep geschokt en gekwetst was geweest.



draconisch


Op de meeste vragen van de advocaten weigerde ‘Nikita’ antwoord te geven. Het was een bevreemdend schouwspel: een lamenterende gemaskerde man in de rechtszaal. ‘Een boze droom’, noemde Berkovitsj de gang van zaken op social media. Voor theatraliteit en absurditeit hoeft men in Rusland niet langer naar de schouwburg te gaan. Alle pleidooien om de onschuld van de twee vrouwen aan te tonen bleven zonder resultaat. Duidelijk was dat de strafmaat ‘van bovenaf’ reeds bij voorbaat bepaald was. Na een jaar in voorarrest te hebben gezeten werden de twee vrouwen op 8 juli 2024 door de militaire rechtbank tot zes jaar cel veroordeeld.

Waarom viel dit Berkovitsj en Petrisjoek ten deel? Wat was de bedoeling van deze draconische veroordeling van twee jonge vrouwen die hun leven wijdden aan de kunst? Het is speculeren, maar er kan verband zijn met de familie waaruit Berkovitsj stamt. Vooral zíj kan gezien worden als een voor het regime voor de hand liggende persoon om ‘aan te pakken’ en om via haar een voorbeeld te stellen. De joodse Berkovitsj maakt deel uit van een familie die al decennialang botst en botste met de autoriteiten. Via haar is er een connectie met de geschiedenis van vervolgingen in de Stalintijd te leggen. Haar overgrootvader, Lev Maizelis werd in 1938 beschuldigd van samenzwering tegen de staat en in datzelfde jaar gefusilleerd. Haar grootmoeder van moederskant was Nina Katerli, een schrijfster, publiciste en mensenrechtenactiviste. Ook Berkovitsj’ moeder, Jelena Efros, is een bekende activiste op dat gebied. Berkovitsj zelf ging direct na de Russisch invasie in Oekraïne naar een van Moskous centrale pleinen met een bord waarop stond ‘Nee tegen de oorlog’. Tevens publiceerde ze een reeks krachtige anti-oorlogsgedichten.



showproces


Hoe het ook zij, voor velen was van meet af aan duidelijk dat deze rechtszaak een showproces was, een zaak waarvan een waarschuwende werking diende uit te gaan. De Russische journalist Andrej Archangelski verwoordde het in een artikel op het internetplatform Raam op Rusland aldus: ‘De staat geeft het signaal af dat ‘verkeerde ideeën’ voortaan zullen worden afgestraft. Het doel is dat deel van de samenleving dat de oorlog afwijst schrik aan te jagen. Het is de doodsteek voor het Russische toneel en de moderne kunst en cultuur in het algemeen. En de elite zwijgt.’ Is dat oordeel terecht: is er gezwegen?

Daags na 22 februari 2022 waren er – net als elders in de wereld – in Rusland vele protesten tegen de invasie in Oekraïne. In de weken erna vonden in verschillende Russische steden protestbijeenkomsten plaats. Er circuleerden ‘open brieven’ waarin door uiteenlopende Russische beroepsgroepen – onder meer artsen, universiteitsmedewerkers – de inval werd veroordeeld. Ook in de culturele sector werd een dergelijke open brief door velen ondertekend.

In theaterkringen heerste veel beroering. De hoofdredacteur van het theatertijdschrift Teatr, Marina Davydova, stelde direct een petitie op die zich tegen de ‘speciale militaire operatie’ keerde. Het duurde niet lang of ze werd via email en telefoon bedreigd, onbekenden brachten het Z-symbool aan op haar voordeur. Enkele dagen later verliet Davydova het land.



functie neergelegd


Ook bij het vooraanstaande Meyerhold Centrum in Moskou klonken protesten. Directeur Jelena Kovalskaja maakte openbaar dat zij ‘als teken van protest’ haar functie neerlegde. Zij liet weten dat zij het onmogelijk vond ‘om te werken voor een moordenaar en dankzij hem mijn salaris te ontvangen’. Ook hier was de reactie snel en hard. Acteurs en medewerkers van het theater kregen direct na deze ontslagneming een verbod opgelegd om commentaar te leveren op de Russische invasie in het buurland. De Afdeling Cultuur van Moskou liet weten dat elke negatieve opmerking zou worden beschouwd als ‘verraad tegen het Moederland’. Dmitri Volkostrelov, de artistiek leider van het Centrum, werd kort daarna ontslagen.

Ongeveer zo verging het Mindaugas Karbauskis, de Litouwse artistiek leider van het Majakovski Theater in Moskou. Kort na zijn kritische uitlatingen over de inval voelde hij zich genoodzaakt ontslag te nemen. Konstantin Rajkin, een groot acteur en een theaterregisseur met veel aanzien, werd in april 2022 door de rector van de Moskouse toneelacademie waaraan hij verbonden was om soortgelijke redenen ontslagen. Hetzelfde gebeurde in mei met Rimas Toeminas, regisseur bij het Vachtangovtheater. Dit werd het vaste patroon: elke vorm van protest werd onmiddellijk beantwoord door dreigementen en harde ingrepen van hogerhand



naar het buitenland


Een niet gering aantal acteurs verliet het land. Onder hen was Anatoli Bjely, een van de meest gevierde acteurs in Rusland, zowel in films en op televisie als in het theater (Bjely speelde vooral veel in het Moskouse Kunst Theater). Bjely sprak zich uit tegen de oorlog en vertrok in de zomer van 2022 naar Israël. Eind juni 2022 kondigde de Afdeling Cultuur van Moskou aan dat er bij enkele Moskouse theaters personele wisselingen zouden komen. Zowel van het Sovremennik Theater als van het Theater aan de Troebnoj (ook bekend onder de naam School van hedendaags toneel) werden de artistieke leiders ontslagen; er werden onmiddellijk ‘in de pas lopende’ opvolgers aangesteld. Twee balletgroepen werden opgeheven.

Bij andere theaters werd stevig ingegrepen in het repertoire. In verschillende Moskouse theaters werden in september 2022 de voorstellingen (en dat waren er maar liefst zeven) van de populaire regisseur Dmitri Krymov gecanceld. Twee van de door hem geregisseerde stukken – Boris en Twee, werden nog wel gespeeld, maar onder naam van de producer. Ook Krymov, die wordt gezien als een van de beste en meest innovatieve Russische toneelregisseurs had zich kort na de invasie zeer duidelijk uitgesproken tegen de oorlog. Hij was op dat moment in Finland voor een regie en besloot niet naar Rusland terug te keren. In april 2022 was hij nog de winnaar van de belangrijkste toneelprijs, het Gouden Masker voor zijn ‘Mozart. Don Juan. Generale repetitie’, een voorstelling die liep in het Pjotr Fomenko Werkplaats Theater in Moskou. Krymov verzocht vanuit het buitenland aan acteur Jevgeni Tsyganov om zijn prijs te sturen aan Nobelprijswinnaar Dmitri Moeratov, de hoofdredacteur van de Novaja Gazeta, een onder druk staande onafhankelijke krant. Krymov vestigde zich in New York, waar hij sindsdien veel succes heeft met zijn theaterstudio Krymov Lab NYC.



bijsturen


Een ander Moskous theater waar werd ‘bijgestuurd’ was het Oleg Tabakov Theater. De voorstelling ‘Molière, avec amour’, van regisseur Sergej Gazarov die na de première in januari 2021 zeer veel lovende reacties kreeg, zou in mei 2024 in reprise gaan, maar deze reprise werd gecanceld. Artistiek leider van het Tabakov Theater is sinds 2018 Vladimir Masjkov, die bekend staat om zijn steun voor de politiek van Poetin; hij maakte in 2020 onder meer deel uit van de commissie die voorstellen tot verandering van de Grondwet voorbereidde. Door de theaterleiding werd gecommuniceerd dat voor het afgelasten van de voorstelling ‘technische redenen’ waren. Echter, op 22 februari 2024 uitte Vitali Borodin, hoofd van het federale comité voor veiligheid en de strijd met corruptie op zijn Telegramkanaal kritiek op het stuk. Vaker is hij spreekbuis voor het naar buiten brengen van kritiek op het Kremlin onwelgevallige culturele uitingen. Kern van Borodins kritiek was het feit dat in het stuk acteur Aleksandr Fisenko een vrouwenkostuum droeg. En dat terwijl er een ‘Speciale militaire operatie’ gaande was: niet patriottisch! Masjkov zwichtte voor de kritiek, de voorstelling ‘Molière, avec amour’ wordt sindsdien nog wel op de website van het theater genoemd, maar niet meer gespeeld. Masjkov laat zich van zijn beste ‘vaderlandslievende’ kant zien: voor het nieuwe seizoen kwam er een aankondiging van een voorstelling gebaseerd op gebeurtenissen tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog. Tevens reisde het gezelschap af voor voorstellingen op de Krim en in recenter bezet gebied.

De stukken van de in binnen- en buitenland zeer gewaardeerde toneelschrijver en regisseur Ivan Vyrypajev vielen al snel in ongenade. Vyrypajev – van wie in veel theaters stukken werden gespeeld – had laten weten dat alle inkomsten uit voorstellingen van zijn stukken door hem gedoneerd zouden worden aan Oekraïense fondsen. Vervolgens schrapten theaters – in Moskou waren dat onder meer het Poesjkintheater en het Theater van de naties – alle Vyrypajevstukken. Hetzelfde gebeurde in onder meer Petersburg, Jaroslavl, Voronezj en Novosibirsk.

Uiterst ingrijpend waren de ontwikkelingen bij het Moskouse Gogol Centrum, dat gold als een van de meest prestigieuze, interessante en succesvolle theaters van Rusland. Jarenlang was dit theatercentrum onder leiding van Kirill Serebrennikov de plaats waar de liberale jeugd bijeenkwam voor toneel, lezingen en andere artistieke evenementen. Er werden veel internationale contacten onderhouden: hierdoor was het al langer een doorn in het oog van de autoriteiten. In 2017 kreeg Serebrennikov een proces aan zijn broek vanwege een zogenaamde fraudezaak.

Op 30 juni 2022 vond in het Gogol Centrum – onder regie van Aleksej Agranovitsj – de laatste opvoering plaats van ‘Ik doe niet mee aan de oorlog’, een toneelstuk ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van de Oekraïense Sovjetdichter Joeri Levitanski. Aleksej Agranovitsj werd ontslagen als artistiek leider. Er was sprake van een rigoureuze metamorfose: de naam Gogol Centrum werd vervangen door de oude naam Gogol Theater (Театр им. Гоголя) en de leiding van het getransformeerde theater kwam in handen van de als conservatief bekendstaande regisseur Anton Jakovlev. Bij zijn aanstelling beloofde deze zich te zullen onthouden van experimenten en ‘vulgaire sociale uitingen’. Het progressieve en internationaal zeer gerespecteerde Gogol Centrum hield hiermee op te bestaan.



kaalslag


Zo was er na februari 2022 in Rusland over het gehele culturele veld een ware kaalslag te zien. ‘Waarschijnlijk is het nu afgelopen met een levendig theaterlandschap in Rusland,’ schreef reeds in mei 2022 als reactie op het begin van de oorlog in Oekraïne de jonge Russische theatercriticus Anton Chitrov. Hij voegde eraan toe:

‘Dat is natuurlijk niets in vergelijking met de prijs die de Russische maatschappij betaalt voor de oorlog met Oekraïne, en al helemaal niets in vergelijking met het lijden van het Oekraïense volk’. Hij had gelijk: het theaterlandschap in Rusland is inmiddels compleet op zijn kop gezet, heel veel is kapotgemaakt, een groot aantal talentvolle mensen binnen de kunsten is op non-actief gesteld, heeft het land verlaten of is in de gevangenis beland.



cultuurpolitiek


Wat gebeurde er op politiek niveau om dit alles te verwezenlijken, hoe is deze cultuurpolitiek gestalte gegeven? De steeds verder toenemende repressie binnen de Russische samenleving kwam niet in februari 2022 uit de lucht vallen. Het proces van beknotting was al jaren gaande, theaters en producenten ervoeren allang toenemende druk vanuit de Russische overheid. Acteurs die steun uitspraken voor oppositieleider en Kremlincriticus Aleksej Navalny ondervonden hindernissen bij het vinden van werk, zeker bij producties voor de staatstelevisie. Wie gaven dit repressieve cultuurbeleid vorm? Een paar van de hoofdrolspelers wil ik uitlichten.

Belangrijk in het proces van het aandraaien van de duimschroeven in de culturele sector was vanaf 2012 Vladimir Medinski, die in dat jaar minister van cultuur werd. Hij zorgde voor een beleid waarin ieder die niet ‘vaderlandslievend’ genoeg was en zich niet schaarde achter traditionele en daarmee anti-westerse en Kremlin-getrouwe Russische waarden te maken kreeg met repercussies: stopzetten van subsidies, verzonnen beschuldigingen van corruptie, haatcampagnes van nationalisten, parlementariërs en conservatieve activisten. In 2020 werd Medinski – die twee jaar later leiding zou geven aan de op niets uitgelopen onderhandelingen met Oekraïne – opgevolgd door Olga Ljoebimova. Voor ze op deze post werd benoemd was Ljoebimova – in haar positie van vice-mininster van cultuur – nog een pertinent tegenstander van censuur en inmenging van overheidswege op het gebied van kunst en persvrijheid. ‘In overeenstemming met de wetgeving van de RF heeft het ministerie van cultuur van Rusland niet het recht zich te mengen in de artistieke activiteiten van culturele instellingen’, verklaarde ze nog in 2021. Als minister liet ze dit principe al snel varen en ze steunde Poetins beleid op alle fronten. Zo schaarde ze zich openlijk achter Poetins claim dat er een neo-Naziregime in Oekraïne de macht had gegrepen. En ze onderschreef zijn narratief van ontkenning van de Oekraïense natie en cultuur, evenals de opvatting dat het Westen er actief op uit was de Russische culturele en spirituele waarden te vernietigen. Onder haar ministerschap werd het nationalistische, conservatieve en anti-westerse gedachtegoed de leidraad. Velen in Rusland, ook in de cultuursector, kregen het predicaat ‘buitenlandse agent’ toebedeeld.

Voor de Doema was er van meet af aan tevens een belangrijke rol op het gebied van de hervormingen in de culturele sector. De speaker van de Doema, Vjatsjeslav Volodin, kwam kort na de Russische invasie naar buiten met enkele duidelijke statements. Een ervan, van ongeveer een maand na de Russische inval, luidde: ‘Degenen die door de staat – en dus door het volk - worden ondersteund – en die verraad plegen, moeten worden ontheven van leidende posities bij gesubsidieerde cultuur-, onderwijs- en zorginstellingen.’ Volodin beloofde dat iedereen die kritiek leverde zou worden ontslagen.

Ook andere parlementariërs riepen op tot een vergaand toezicht op de cultuur. Op 18 april 2022 stelde Jana Lantratova, de vice-voorzitter van de Doema-commissie voor onderwijs aan minister Olga Ljoebimova voor om voor de duur van de ‘speciale operatie in Oekraïne de choedosvety (artistieke raden) weer in te voeren; in de Sovjettijd was dat de benaming voor censuur-comités. Ook het hoofd van het Doema-comité voor de cultuur, Jelena Jampolskaja, speelde een belangrijke rol in het cultuurbeleid. Jampolskaja – die eerder carrière maakte als theatercriticus en hoofdredacteur van de krant ‘Cultuur’ – stond al bekend om haar uiterst conservatieve en religieuze denkbeelden. Bekend is haar uitspraak dat er ‘twee krachten zijn die Rusland behoeden voor de afgrond. De eerste heet God. De tweede Stalin.’



hardliners


Jampolskaja beloofde ‘lastige vragen’ te stellen aan de eigenaren van boekhandels waar onwelgevallige auteurs op de planken stonden (ze noemde als eerste voorbeelden Dmitri Bykov, Dmitri Gloechovski en Boris Akoenin, auteurs die duidelijk stelling hadden genomen tegen de oorlog). Eind april 2022 volgde haar verklaring dat aan ‘allen die werkzaam zijn in de cultuur en die zich negatief uitlaten over Rusland, over de president, over het volk’ verboden zal worden ‘hun creatieve werkzaamheden op het territorium van het land’ uit te oefenen. Zo kwam via verschillende bewindslieden en instanties een heftige propaganda- en intimidatiemachinerie op gang. Wie zich uitsprak tegen de oorlog kon een aanklacht tegemoet zien vanwege ‘in diskrediet brengen van het Russische leger’ en werd geplaatst op een lijst die werd opgesteld van ‘terroristen en extremisten’. Onder meer de schrijvers Boris Akoenin en Dmitri Gloechovski – beiden in Rusland ook gevierd als toneelschrijvers – viel dit ten deel. Stukken van hen werden van het repertoire gehaald of liepen nog enige tijd, maar dan zonder dat de naam van de auteur vermeld werd. ‘Auteur: auteur’, stond er in die gevallen op de website vermeld.

Een belangrijke raadgever van de president op het culturele vlak was geruime tijd de journalist en essayist Vladimir Iljitsj Tolstoj. Deze achterkleinzoon van de grote schrijver Lev Tolstoj bekleedde sinds 2012 de functie van Adviseur van de President van de Russische Federatie op het gebied van cultuur. In deze functie werd hij – als bescheiden, maar zeer goed in culturele zaken ingevoerde, genuanceerd denkende intellectueel – door velen gewaardeerd. Hij manifesteerde zich als een van de weinige ‘zachte krachten’ op een positie met aanzien. In een interview uit 2018 in ‘Militair journaal’ werd hij gekenschetst als een pacifist. ‘Ik ben een tegenstander van oorlog en van moord’, liet hij zijn interviewer optekenen. Met dit soort uitspraken bleek Tolstoj in de nieuwe beleidswind die na februari 2022 waaide niet meer de juiste man op de juiste plaats. Op 14 mei 2024 ontsloeg Poetin Tolstoj van zijn post van Adviseur van de President. Kort daarna liet Tolstoj weten dat het zijn nieuwe taak was het komende Lev Tolstoj-jubileum (in 2028) voor te bereiden. Zijn opvolger als Adviseur van de President werd de boven reeds genoemde en gekarakteriseerde Jelena Jampolskaja, tot dan hoofd van het cultuurcomité van de Doema. De hardliners – ook op cultureel terrein – maken in Rusland de dienst uit.

Heftige repressie, zoals in Sovjettijden, is de nieuwe realiteit. Sommigen trekken zelfs de vergelijking met de jaren dertig, een van de meest duistere tijden uit de Russische geschiedenis. Zo schreef Zjenja Berkovitsj in een van haar gedichten: ‘Open Telegram, lees het nieuws van de dag, en taxeer dit jaar op een schaal van hoe 1937 het is’. In een ander in 2024 in gevangenschap door haar geschreven bericht op social media, klinkt bitterheid over het feit dat er over het proces tegen Petrisjoek en haar binnen de theaterwereld niet meer en duidelijker protesten klinken. Van de rechters is niet veel anders te verwachten dan wat ze doen, stelt ze. Maar waarom laat de theaterwereld niet meer van zich horen? ‘Jullie, regisseurs, die in de Moskouse theaters aan het werk zijn, kijken jullie gewoon toe terwijl jullie collega’s op onwettige manier worden veroordeeld? Kan het jullie allemaal geen moer schelen?’

De uit Rusland gevluchte en nu in Israël wonende acteur Anatoli Bjely omschreef in een bericht op Facebook zijn perceptie van de situatie in zijn vaderland zo: ‘Ik denk echt dat wij deze strijd verloren hebben. Wij, dat is de cultuur, dat zijn degenen die nadenken en die hoopten op een democratische ontwikkeling van ons land. Wij zijn met weinig. En wij zijn heel eenvoudig van de aardbodem en uit de geschiedenis weg te blazen. Rusland heeft ons niet nodig. Dat is heel jammer. Want in Rusland leven geweldige mensen. Mooie mensen. Maar duisternis is er veel meer.’

Op de schaal van Berkovitsj: ja, dit is heel erg 1937.




<

TSL 97

>