Умные нам не надобны. Надобны верные
(Verstandigen hebben we niet nodig. Betrouwbaren zijn er nodig)
Arkadi en Boris Stroegatski, Troedno byt’ bogom
‘Wij hebben gewonnen! We hebben een
open en eerlijke strijd gewonnen.’ Dit zei
een zichtbaar geëmotioneerde Vladimir
Poetin in zijn overwinningstoespraak in
maart 2012 nadat hij, na vier jaar als premier onder president Medvedev te hebben gediend, de voor hem zo belangrijke
presidentsverkiezingen had gewonnen.
Voor het eerst in lange tijd was er veel
protest geweest en was er een oppositiekandidaat die zich werkelijk liet gelden:
Aleksej Navalny. Vele duizenden waren
de straat op gegaan. ‘Rusland zonder
Poetin!’ was de kreet die werd geroepen.
Maar dát Rusland kwam er niet: er kwam
een Poetin-Rusland waarin de repressie op het maatschappelijke en culturele
leven steeds sterker werd. Na het begin
van de oorlog van Rusland met Oekraïne
in februari 2022 is die repressie nog veel
sterker geworden. In dit artikel illustreer
ik dat aan de hand van de ontwikkelingen
in de Russische theaterwereld.
De Russische cultuur kent vele hoogteen dieptepunten. En het gezag heeft zich
met die cultuur altijd ingrijpend bemoeid.
‘Alleen bij ons hebben ze respect voor
de poëzie,’ zei de Russische dichter Osip
Mandelstam in de jaren dertig van de vorige eeuw, ‘alleen bij ons kun je er de doodstraf voor krijgen.’ Zijn vrouw Nadezjda
tekende deze uitspraak van haar man in haar memoires op. De jaren dertig: het
was de periode van Stalins Grote Terreur.
Voor eens en voor altijd moest worden
afgerekend met de ‘vijanden van het socialisme’. Vrijheden werden steeds meer
ingeperkt, grote aantallen burgers werden
gearresteerd en na schijnprocessen gedeporteerd of gefusilleerd. In het jaar 1937
bereikten de massale zuiveringen een
treurige climax. Osip Mandelstam – die
algemeen wordt beschouwd als een van
de belangrijkste dichters die Rusland heeft
voortgebracht – werd wegens gedichten
die het regime onwelgevallig waren in
1934 tot drie jaar verbanning veroordeeld.
Enkele jaren later, in 1938, werd hij opnieuw gearresteerd. Op grond van de beschuldiging van ‘contrarevolutionaire activiteiten’ werd de dichter – die zich nooit
met enige vorm van politiek activisme had
ingelaten – tot vijf jaar dwangarbeid in een
strafkamp veroordeeld. Nog datzelfde jaar
stierf hij door uitputting en ziekte in een
doorgangskamp. ‘Respect voor de poëzie’: het was Mandelstams cynische omschrijving van de politieke drijfveren die
hem het zwijgen oplegden. Inderdaad, de
poëzie werd in die periode van het stalinisme bloedserieus genomen. Iets soortgelijks zou je anno 2024 over de omgang van
het Poetinregime met kunsten en literatuur
kunnen beweren.
Een aangrijpend recent voorbeeld van de
wijze waarop het Russische regime de
cultuur, en in dit geval het theater serieus neemt en ‘respect’ betoont, is de zaak
van theaterregisseur en schrijfster Zjenja
Berkovitsj en toneelschrijver Svetlana Petrisjoek.
Svetlana Petrisjoek is de auteur van
het stuk ‘Finist, de dappere valk’, Zjenja Berkovitsj regisseerde het. Vanaf 2019
had dit stuk in Russische theaters veel succes. Het handelt over Russische vrouwen
die online door IS geronseld worden om
met islamitische strijders te trouwen, en
die vervolgens naar Syrië vertrekken. Petrisjoek en Berkovitsj baseerden zich op
documenten, teksten en gesprekken. Wat
ze beoogden, zo legden ze in interviews
uit, was het signaleren van het gevaar dat
vrouwen in terroristische netwerken verstrikt raken. In 2022 werd ‘Finist’ aangemerkt als beste dramaturgische werk van
dat jaar en ontving het de belangrijke theaterprijs het Gouden masker. In mei 2023
echter nam het leven van Berkovitsj en
Petrisjoek een dramatische wending. De
twee vrouwen werden vanwege deze theaterproductie gearresteerd en beschuldigd
van ‘het rechtvaardigen van terrorisme’ en
‘het uitdragen van een ideologie van radicaal feminisme’. Basis voor hun arrestatie
was een rapport van Roman Silantjev, een
controversiële professor godsdienstwetenschappen aan de Moskouse Staatsuniversiteit. Hij noemde ‘Finist’ ‘onacceptabel’: dit toneelstuk, zo stelde hij, was
volstrekt verwerpelijk.
Er kwamen veel steunbetuigingen
voor Berkovitsj en Petrisjoek. In de vele
weken die het proces in beslag nam ontrolde zich in de rechtszaal een spektakel
dat veel aandacht trok en voor veel beroering zorgde. Berkovitsj kwalificeerde het
proces zelf als ‘een show’. De twee vrouwen hielden indrukwekkende betogen:
tijdens een van de zittingen bijvoorbeeld
wendde Berkovitsj – die naast regisseur
ook dichter is – zich in versvorm tot de
rechter. Het opvallendste moment vond plaats op een van de laatste dagen van het
proces. In de rechtszaal verscheen een gemaskerde man, een getuige à charge, die
Nikita werd genoemd, en van wie in de
wandelgangen beweerd werd dat het een
acteur was. In een warrige monoloog vertelde deze figuur hoe hij bij het zien van
het stuk diep geschokt en gekwetst was
geweest.
Op de meeste vragen van de advocaten
weigerde ‘Nikita’ antwoord te geven.
Het was een bevreemdend schouwspel:
een lamenterende gemaskerde man in de
rechtszaal. ‘Een boze droom’, noemde
Berkovitsj de gang van zaken op social
media. Voor theatraliteit en absurditeit
hoeft men in Rusland niet langer naar de
schouwburg te gaan. Alle pleidooien om
de onschuld van de twee vrouwen aan te
tonen bleven zonder resultaat. Duidelijk
was dat de strafmaat ‘van bovenaf’ reeds
bij voorbaat bepaald was. Na een jaar in
voorarrest te hebben gezeten werden de
twee vrouwen op 8 juli 2024 door de militaire rechtbank tot zes jaar cel veroordeeld.
Waarom viel dit Berkovitsj en Petrisjoek ten deel? Wat was de bedoeling
van deze draconische veroordeling van
twee jonge vrouwen die hun leven wijdden aan de kunst? Het is speculeren, maar
er kan verband zijn met de familie waaruit Berkovitsj stamt. Vooral zíj kan gezien
worden als een voor het regime voor de
hand liggende persoon om ‘aan te pakken’
en om via haar een voorbeeld te stellen.
De joodse Berkovitsj maakt deel uit van
een familie die al decennialang botst en
botste met de autoriteiten. Via haar is er
een connectie met de geschiedenis van
vervolgingen in de Stalintijd te leggen.
Haar overgrootvader, Lev Maizelis werd
in 1938 beschuldigd van samenzwering
tegen de staat en in datzelfde jaar gefusilleerd. Haar grootmoeder van moederskant
was Nina Katerli, een schrijfster, publiciste en mensenrechtenactiviste. Ook Berkovitsj’ moeder, Jelena Efros, is een bekende activiste op dat gebied. Berkovitsj zelf ging direct na de Russisch invasie in Oekraïne naar een van Moskous centrale pleinen met een bord waarop stond ‘Nee tegen de oorlog’. Tevens publiceerde ze een
reeks krachtige anti-oorlogsgedichten.
Hoe het ook zij, voor velen was van meet
af aan duidelijk dat deze rechtszaak een
showproces was, een zaak waarvan een
waarschuwende werking diende uit te
gaan. De Russische journalist Andrej Archangelski verwoordde het in een artikel
op het internetplatform Raam op Rusland aldus: ‘De staat geeft het signaal af
dat ‘verkeerde ideeën’ voortaan zullen
worden afgestraft. Het doel is dat deel
van de samenleving dat de oorlog afwijst
schrik aan te jagen. Het is de doodsteek
voor het Russische toneel en de moderne
kunst en cultuur in het algemeen. En de
elite zwijgt.’ Is dat oordeel terecht: is er
gezwegen?
Daags na 22 februari 2022 waren er –
net als elders in de wereld – in Rusland vele protesten tegen de invasie in Oekraïne. In de weken erna vonden in verschillende Russische steden protestbijeenkomsten plaats. Er circuleerden ‘open brieven’
waarin door uiteenlopende Russische
beroepsgroepen – onder meer artsen, universiteitsmedewerkers – de inval werd
veroordeeld. Ook in de culturele sector
werd een dergelijke open brief door velen
ondertekend.
In theaterkringen heerste veel beroering. De hoofdredacteur van het theatertijdschrift Teatr, Marina Davydova, stelde direct een petitie op die zich tegen de
‘speciale militaire operatie’ keerde. Het
duurde niet lang of ze werd via email en
telefoon bedreigd, onbekenden brachten het Z-symbool aan op haar voordeur.
Enkele dagen later verliet Davydova het
land.
Ook bij het vooraanstaande Meyerhold
Centrum in Moskou klonken protesten. Directeur Jelena Kovalskaja maakte
openbaar dat zij ‘als teken van protest’
haar functie neerlegde. Zij liet weten dat
zij het onmogelijk vond ‘om te werken
voor een moordenaar en dankzij hem mijn
salaris te ontvangen’. Ook hier was de reactie snel en hard. Acteurs en medewerkers van het theater kregen direct na deze
ontslagneming een verbod opgelegd om
commentaar te leveren op de Russische
invasie in het buurland. De Afdeling Cultuur van Moskou liet weten dat elke negatieve opmerking zou worden beschouwd
als ‘verraad tegen het Moederland’. Dmitri Volkostrelov, de artistiek leider van het
Centrum, werd kort daarna ontslagen.
Ongeveer zo verging het Mindaugas
Karbauskis, de Litouwse artistiek leider
van het Majakovski Theater in Moskou.
Kort na zijn kritische uitlatingen over de
inval voelde hij zich genoodzaakt ontslag
te nemen. Konstantin Rajkin, een groot
acteur en een theaterregisseur met veel
aanzien, werd in april 2022 door de rector
van de Moskouse toneelacademie waaraan hij verbonden was om soortgelijke
redenen ontslagen. Hetzelfde gebeurde
in mei met Rimas Toeminas, regisseur bij
het Vachtangovtheater. Dit werd het vaste
patroon: elke vorm van protest werd onmiddellijk beantwoord door dreigementen
en harde ingrepen van hogerhand
Een niet gering aantal acteurs verliet het
land. Onder hen was Anatoli Bjely, een
van de meest gevierde acteurs in Rusland,
zowel in films en op televisie als in het
theater (Bjely speelde vooral veel in het
Moskouse Kunst Theater). Bjely sprak
zich uit tegen de oorlog en vertrok in de
zomer van 2022 naar Israël.
Eind juni 2022 kondigde de Afdeling
Cultuur van Moskou aan dat er bij enkele
Moskouse theaters personele wisselingen
zouden komen. Zowel van het Sovremennik Theater als van het Theater aan
de Troebnoj (ook bekend onder de naam
School van hedendaags toneel) werden de
artistieke leiders ontslagen; er werden onmiddellijk ‘in de pas lopende’ opvolgers
aangesteld. Twee balletgroepen werden
opgeheven.
Bij andere theaters werd stevig ingegrepen in het repertoire. In verschillende
Moskouse theaters werden in september
2022 de voorstellingen (en dat waren er
maar liefst zeven) van de populaire regisseur Dmitri Krymov gecanceld. Twee van
de door hem geregisseerde stukken – Boris en Twee, werden nog wel gespeeld,
maar onder naam van de producer. Ook
Krymov, die wordt gezien als een van de
beste en meest innovatieve Russische toneelregisseurs had zich kort na de invasie
zeer duidelijk uitgesproken tegen de oorlog. Hij was op dat moment in Finland
voor een regie en besloot niet naar Rusland
terug te keren. In april 2022 was hij nog
de winnaar van de belangrijkste toneelprijs, het Gouden Masker voor zijn ‘Mozart. Don Juan. Generale repetitie’, een
voorstelling die liep in het Pjotr Fomenko
Werkplaats Theater in Moskou. Krymov
verzocht vanuit het buitenland aan acteur
Jevgeni Tsyganov om zijn prijs te sturen
aan Nobelprijswinnaar Dmitri Moeratov,
de hoofdredacteur van de Novaja Gazeta,
een onder druk staande onafhankelijke
krant. Krymov vestigde zich in New York, waar hij sindsdien veel succes heeft met
zijn theaterstudio Krymov Lab NYC.
Een ander Moskous theater waar werd
‘bijgestuurd’ was het Oleg Tabakov
Theater. De voorstelling ‘Molière, avec
amour’, van regisseur Sergej Gazarov die
na de première in januari 2021 zeer veel
lovende reacties kreeg, zou in mei 2024 in
reprise gaan, maar deze reprise werd gecanceld. Artistiek leider van het Tabakov
Theater is sinds 2018 Vladimir Masjkov,
die bekend staat om zijn steun voor de
politiek van Poetin; hij maakte in 2020
onder meer deel uit van de commissie die
voorstellen tot verandering van de Grondwet voorbereidde. Door de theaterleiding
werd gecommuniceerd dat voor het afgelasten van de voorstelling ‘technische redenen’ waren. Echter, op 22 februari 2024
uitte Vitali Borodin, hoofd van het federale comité voor veiligheid en de strijd
met corruptie op zijn Telegramkanaal kritiek op het stuk. Vaker is hij spreekbuis
voor het naar buiten brengen van kritiek
op het Kremlin onwelgevallige culturele
uitingen. Kern van Borodins kritiek was
het feit dat in het stuk acteur Aleksandr Fisenko een vrouwenkostuum droeg. En dat
terwijl er een ‘Speciale militaire operatie’
gaande was: niet patriottisch! Masjkov
zwichtte voor de kritiek, de voorstelling
‘Molière, avec amour’ wordt sindsdien
nog wel op de website van het theater genoemd, maar niet meer gespeeld.
Masjkov laat zich van zijn beste ‘vaderlandslievende’ kant zien: voor het nieuwe
seizoen kwam er een aankondiging van
een voorstelling gebaseerd op gebeurtenissen tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog. Tevens reisde het gezelschap af voor
voorstellingen op de Krim en in recenter
bezet gebied.
De stukken van de in binnen- en buitenland zeer gewaardeerde toneelschrijver en regisseur Ivan Vyrypajev vielen
al snel in ongenade. Vyrypajev – van wie
in veel theaters stukken werden gespeeld
– had laten weten dat alle inkomsten uit voorstellingen van zijn stukken door hem
gedoneerd zouden worden aan Oekraïense fondsen. Vervolgens schrapten theaters – in Moskou waren dat onder meer
het Poesjkintheater en het Theater van de
naties – alle Vyrypajevstukken. Hetzelfde
gebeurde in onder meer Petersburg, Jaroslavl, Voronezj en Novosibirsk.
Uiterst ingrijpend waren de ontwikkelingen bij het Moskouse Gogol Centrum,
dat gold als een van de meest prestigieuze,
interessante en succesvolle theaters van
Rusland. Jarenlang was dit theatercentrum onder leiding van Kirill Serebrennikov de plaats waar de liberale jeugd bijeenkwam voor toneel, lezingen en andere
artistieke evenementen. Er werden veel
internationale contacten onderhouden:
hierdoor was het al langer een doorn in
het oog van de autoriteiten. In 2017 kreeg
Serebrennikov een proces aan zijn broek
vanwege een zogenaamde fraudezaak.
Op 30 juni 2022 vond in het Gogol Centrum – onder regie van Aleksej
Agranovitsj – de laatste opvoering plaats
van ‘Ik doe niet mee aan de oorlog’, een
toneelstuk ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van de Oekraïense
Sovjetdichter Joeri Levitanski. Aleksej
Agranovitsj werd ontslagen als artistiek
leider. Er was sprake van een rigoureuze
metamorfose: de naam Gogol Centrum
werd vervangen door de oude naam Gogol
Theater (Театр им. Гоголя) en de leiding
van het getransformeerde theater kwam
in handen van de als conservatief bekendstaande regisseur Anton Jakovlev. Bij zijn
aanstelling beloofde deze zich te zullen
onthouden van experimenten en ‘vulgaire sociale uitingen’. Het progressieve en
internationaal zeer gerespecteerde Gogol
Centrum hield hiermee op te bestaan.
Zo was er na februari 2022 in Rusland
over het gehele culturele veld een ware
kaalslag te zien. ‘Waarschijnlijk is het nu
afgelopen met een levendig theaterlandschap in Rusland,’ schreef reeds in mei
2022 als reactie op het begin van de oorlog in Oekraïne de jonge Russische theatercriticus Anton Chitrov. Hij voegde eraan toe:
‘Dat is natuurlijk niets in vergelijking met
de prijs die de Russische maatschappij
betaalt voor de oorlog met Oekraïne, en
al helemaal niets in vergelijking met het
lijden van het Oekraïense volk’. Hij had
gelijk: het theaterlandschap in Rusland is
inmiddels compleet op zijn kop gezet, heel
veel is kapotgemaakt, een groot aantal talentvolle mensen binnen de kunsten is op
non-actief gesteld, heeft het land verlaten
of is in de gevangenis beland.
Wat gebeurde er op politiek niveau om dit
alles te verwezenlijken, hoe is deze cultuurpolitiek gestalte gegeven? De steeds
verder toenemende repressie binnen de
Russische samenleving kwam niet in februari 2022 uit de lucht vallen. Het proces
van beknotting was al jaren gaande, theaters en producenten ervoeren allang toenemende druk vanuit de Russische overheid. Acteurs die steun uitspraken voor
oppositieleider en Kremlincriticus Aleksej Navalny ondervonden hindernissen bij
het vinden van werk, zeker bij producties
voor de staatstelevisie. Wie gaven dit repressieve cultuurbeleid vorm? Een paar
van de hoofdrolspelers wil ik uitlichten.
Belangrijk in het proces van het aandraaien van de duimschroeven in de culturele sector was vanaf 2012 Vladimir
Medinski, die in dat jaar minister van
cultuur werd. Hij zorgde voor een beleid
waarin ieder die niet ‘vaderlandslievend’
genoeg was en zich niet schaarde achter
traditionele en daarmee anti-westerse en
Kremlin-getrouwe Russische waarden te
maken kreeg met repercussies: stopzetten
van subsidies, verzonnen beschuldigingen
van corruptie, haatcampagnes van nationalisten, parlementariërs en conservatieve
activisten. In 2020 werd Medinski – die
twee jaar later leiding zou geven aan de
op niets uitgelopen onderhandelingen
met Oekraïne – opgevolgd door Olga
Ljoebimova. Voor ze op deze post werd
benoemd was Ljoebimova – in haar positie van vice-mininster van cultuur – nog
een pertinent tegenstander van censuur en
inmenging van overheidswege op het gebied van kunst en persvrijheid. ‘In overeenstemming met de wetgeving van de
RF heeft het ministerie van cultuur van
Rusland niet het recht zich te mengen in
de artistieke activiteiten van culturele instellingen’, verklaarde ze nog in 2021. Als
minister liet ze dit principe al snel varen
en ze steunde Poetins beleid op alle fronten. Zo schaarde ze zich openlijk achter
Poetins claim dat er een neo-Naziregime
in Oekraïne de macht had gegrepen. En
ze onderschreef zijn narratief van ontkenning van de Oekraïense natie en cultuur,
evenals de opvatting dat het Westen er actief op uit was de Russische culturele en
spirituele waarden te vernietigen. Onder
haar ministerschap werd het nationalistische, conservatieve en anti-westerse gedachtegoed de leidraad. Velen in Rusland,
ook in de cultuursector, kregen het predicaat ‘buitenlandse agent’ toebedeeld.
Voor de Doema was er van meet af aan
tevens een belangrijke rol op het gebied
van de hervormingen in de culturele sector. De speaker van de Doema, Vjatsjeslav Volodin, kwam kort na de Russische
invasie naar buiten met enkele duidelijke
statements. Een ervan, van ongeveer een
maand na de Russische inval, luidde: ‘Degenen die door de staat – en dus door het
volk - worden ondersteund – en die verraad plegen, moeten worden ontheven
van leidende posities bij gesubsidieerde cultuur-, onderwijs- en zorginstellingen.’
Volodin beloofde dat iedereen die kritiek
leverde zou worden ontslagen.
Ook andere parlementariërs riepen op
tot een vergaand toezicht op de cultuur.
Op 18 april 2022 stelde Jana Lantratova,
de vice-voorzitter van de Doema-commissie voor onderwijs aan minister Olga
Ljoebimova voor om voor de duur van de
‘speciale operatie in Oekraïne de choedosvety (artistieke raden) weer in te voeren; in de Sovjettijd was dat de benaming
voor censuur-comités. Ook het hoofd van
het Doema-comité voor de cultuur, Jelena
Jampolskaja, speelde een belangrijke rol
in het cultuurbeleid. Jampolskaja – die
eerder carrière maakte als theatercriticus
en hoofdredacteur van de krant ‘Cultuur’
– stond al bekend om haar uiterst conservatieve en religieuze denkbeelden. Bekend is haar uitspraak dat er ‘twee krachten zijn die Rusland behoeden voor de
afgrond. De eerste heet God. De tweede
Stalin.’
Jampolskaja beloofde ‘lastige vragen’ te
stellen aan de eigenaren van boekhandels
waar onwelgevallige auteurs op de planken stonden (ze noemde als eerste voorbeelden Dmitri Bykov, Dmitri Gloechovski en Boris Akoenin, auteurs die duidelijk
stelling hadden genomen tegen de oorlog).
Eind april 2022 volgde haar verklaring dat
aan ‘allen die werkzaam zijn in de cultuur
en die zich negatief uitlaten over Rusland,
over de president, over het volk’ verboden zal worden ‘hun creatieve werkzaamheden op het territorium van het land’ uit
te oefenen. Zo kwam via verschillende
bewindslieden en instanties een heftige
propaganda- en intimidatiemachinerie op
gang. Wie zich uitsprak tegen de oorlog
kon een aanklacht tegemoet zien vanwege
‘in diskrediet brengen van het Russische
leger’ en werd geplaatst op een lijst die
werd opgesteld van ‘terroristen en extremisten’. Onder meer de schrijvers Boris
Akoenin en Dmitri Gloechovski – beiden
in Rusland ook gevierd als toneelschrijvers – viel dit ten deel. Stukken van hen
werden van het repertoire gehaald of liepen nog enige tijd, maar dan zonder dat de
naam van de auteur vermeld werd. ‘Auteur: auteur’, stond er in die gevallen op
de website vermeld.
Een belangrijke raadgever van de president op het culturele vlak was geruime
tijd de journalist en essayist Vladimir Iljitsj Tolstoj. Deze achterkleinzoon van
de grote schrijver Lev Tolstoj bekleedde
sinds 2012 de functie van Adviseur van
de President van de Russische Federatie
op het gebied van cultuur. In deze functie
werd hij – als bescheiden, maar zeer goed
in culturele zaken ingevoerde, genuanceerd denkende intellectueel – door velen
gewaardeerd. Hij manifesteerde zich als
een van de weinige ‘zachte krachten’ op
een positie met aanzien. In een interview
uit 2018 in ‘Militair journaal’ werd hij
gekenschetst als een pacifist. ‘Ik ben een
tegenstander van oorlog en van moord’,
liet hij zijn interviewer optekenen. Met
dit soort uitspraken bleek Tolstoj in de
nieuwe beleidswind die na februari 2022
waaide niet meer de juiste man op de juiste plaats. Op 14 mei 2024 ontsloeg Poetin
Tolstoj van zijn post van Adviseur van de
President. Kort daarna liet Tolstoj weten
dat het zijn nieuwe taak was het komende
Lev Tolstoj-jubileum (in 2028) voor te bereiden. Zijn opvolger als Adviseur van de
President werd de boven reeds genoemde
en gekarakteriseerde Jelena Jampolskaja,
tot dan hoofd van het cultuurcomité van de
Doema. De hardliners – ook op cultureel
terrein – maken in Rusland de dienst uit.
Heftige repressie, zoals in Sovjettijden, is de nieuwe realiteit. Sommigen
trekken zelfs de vergelijking met de jaren
dertig, een van de meest duistere tijden uit
de Russische geschiedenis. Zo schreef Zjenja Berkovitsj in een van haar gedichten:
‘Open Telegram, lees het nieuws van de
dag, en taxeer dit jaar op een schaal van
hoe 1937 het is’. In een ander in 2024
in gevangenschap door haar geschreven
bericht op social media, klinkt bitterheid over het feit dat er over het proces tegen
Petrisjoek en haar binnen de theaterwereld niet meer en duidelijker protesten
klinken. Van de rechters is niet veel anders te verwachten dan wat ze doen, stelt
ze. Maar waarom laat de theaterwereld
niet meer van zich horen? ‘Jullie, regisseurs, die in de Moskouse theaters aan het
werk zijn, kijken jullie gewoon toe terwijl
jullie collega’s op onwettige manier worden veroordeeld? Kan het jullie allemaal
geen moer schelen?’
De uit Rusland gevluchte en nu in
Israël wonende acteur Anatoli Bjely omschreef in een bericht op Facebook zijn
perceptie van de situatie in zijn vaderland
zo: ‘Ik denk echt dat wij deze strijd verloren hebben. Wij, dat is de cultuur, dat
zijn degenen die nadenken en die hoopten
op een democratische ontwikkeling van
ons land. Wij zijn met weinig. En wij zijn
heel eenvoudig van de aardbodem en uit
de geschiedenis weg te blazen. Rusland
heeft ons niet nodig. Dat is heel jammer.
Want in Rusland leven geweldige mensen.
Mooie mensen. Maar duisternis is er veel
meer.’
Op de schaal van Berkovitsj: ja, dit is heel
erg 1937.