Willem G. Weststeijn



Oorlogspoëzie




Een van de opmerkelijkste Russische boeken die ik de laatste tijd onder ogen heb gekregen is Poèzija poslednego vremeni (‘Poëzie van de laatste tijd’). Het is een anthologie van gedichten die zijn geschreven na en als reactie op de inval van Rusland in Oekraïne in februari 2022. Aan de omvangrijke bundel (575 blz.) hebben veel Russische dichters meegedaan, die zowel in als buiten Rusland wonen. Wat vooral opmerkelijk is: het boek is uitgegeven in Rusland zelf, en wel in Sint-Petersburg, bij de bekende literaire uitgeverij Ivan Limbach (2022). Dat het boek, met teksten die fel tegen de oorlog zijn, daar kon verschijnen, is tekenend voor de geheel andere functie die de literatuur in Rusland nu heeft dan in de Sovjettijd. In de Sovjetperiode was de censuur heel streng, aangezien de autoriteiten doodsbenauwd waren voor literatuur die niet strookte met de ideologie van het communisme. Dissidente schrijvers werden hard aangepakt, veel literatuur was verboden en kon alleen ondergronds verschijnen. Of die bezorgdheid terecht was is nu, achteraf gezien, de vraag. Dat Pasternaks roman Dokter Zjivago niet mocht worden gepubliceerd en de auteur gedwongen werd de Nobelprijs te weigeren, en dat Sinjavski en Daniël tot jaren kampstraf werden veroordeeld omdat ze hun werk in het buitenland publiceerden heeft de literatuur alleen maar op een voetstuk geplaatst. Misschien was die literatuur helemaal niet zo gevaarlijk als de Sovjetleiders dachten; als ze meer hadden toegestaan was het misschien wel minder slecht afgelopen met hun communistische heilstaat.

Wat we kunnen constateren is in ieder geval dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie de rol van de literatuur in Rusland wezenlijk is veranderd. Juist omdat zoveel literatuur verboden was in de Sovjettijd had deze een enorme status. In de literatuur was de waarheid te vinden; de literatuur wees de weg naar de vrijheid die er in de Sovjetwerkelijkheid niet was. Toen de censuur was afgeschaft en alles wat tientallen jaren was verboden kon worden gepubliceerd, bleek het effect ervan gering. Iedereen kon nu Dokter Zjivago en het complete werk van Achmatova en Mandelstam lezen, maar zelfs Solzjenitsyns Goelag Archipel zorgde niet voor een ‘Vergangenheitsbewältigung’ en had veel minder effect dan zijn in 1962 gepubliceerde Eén dag van Ivan Denisovitsj, dat voor het eerst het thema van de strafkampen van Stalin aan de orde stelde. Nu alles was toegestaan werd de markt overspoeld met, veelal vertaalde, massaliteratuur, van detectives tot kasteelromans. De ‘echte’ literatuur werd naar de achtergrond gedrongen en door slechts een klein publiek van intellectuelen geapprecieerd; haar rol in de Russische maatschappij, die sinds het begin van de negentiende eeuw, mede dankzij de censuur, zo belangrijk was, bleek uitgespeeld.

Poetin heeft begrepen dat hij van de literatuur weinig te duchten heeft. De massamedia houdt hij onder controle; de literatuur, die niet gevaarlijk is, kan wat hem betreft in grote mate haar gang gaan. Er verschijnt dan ook van alles, veel ook wat in de Sovjettijd verboden zou zijn geweest. Die ‘vrijheid’ lijkt echter niet een gunstig effect te hebben op de Russische literatuur. Sinds Poesjkin heeft de Russische literatuur altijd grote dichters en schrijvers gehad. Zelfs tijdens de zwartste jaren van de Stalintijd waren er auteurs als Platonov, Pasternak en Achmatova, na de dood van Stalin Solzjenitsyn en Brodsky. Goede schrijvers en dichters heeft Rusland nog steeds, maar geen auteurs met de status van de vijf zojuist genoemde. Misschien heeft dat ook te maken met de achteruitgang van Rusland zelf: het is geen grootmacht meer, er is geen sprake van economische bloei (die vaak gepaard gaat met culturele bloei) en het Russische volk lijkt nogal murw.

Hoe het ook zij, Poèzija poslednego vremeni is in Rusland gepubliceerd en is een verrassende uitgave. Het bevat gedichten van een groot aantal (meer dan 125) dichters, die zijn gerangschikt op de datum dat ze zijn geschreven. Die rangschikking loopt van 23 februari tot 25 juli 2022, de eerste vijf maanden van de oorlog tegen Oekraïne. Al die gedichten gaan ook over de oorlog en beschrijven die op alle mogelijke manieren, soms emotioneel, soms filosofisch bespiegelend, soms concreet de plaatsen noemend waar de Russen hebben gemoord, soms pagina’s lang, soms heel kort, niet meer dan één of twee regels. Het woord ‘oorlog’, door Poetin ten strengste verboden in de publieke media, komt in de gedichten misschien nog wel het meeste voor, ‘dood’ en ‘bloed’ staan op de tweede plaats. ‘Doden of niet doden / dat is de kwestie’ is een lapidaire uitspraak van Sergej Lejbgrad; een ander gedicht van hem luidt ‘Een onbekende soldaat / doodde onbekend wie.’

Veel bekende dichters hebben een bijdrage aan de bundel geleverd, onder anderen Joeli Gogolev, Maria Stepanova, Fjodor Svarovski, Tatjana Voltskaja, Jelena Fanajlova, Vera Pavlova, Stanislav Lvovski, Tatjana Sjtsjerbina, Aleksandr Skidan, Vladimir Gandelsman, Polina Barskova, Roman Osminkin. Sommigen van hen waren heel actief, zoals Tatjana Voltskaja, van wie iedere maand wel een paar gedichten zijn opgenomen. Deze Peterburgse dichteres, is nadat ze door Poetin tot ‘buitenlands agent’ was verklaard (ze doet veel voor Radio Svoboda) uitgeweken naar Georgië. Ze is fel tegen de oorlog, bang dat ook haar eigen zonen gemobiliseerd zullen worden. Al een paar dagen na het begin van de oorlog schreef ze:

Mijn zonen gaan niet doden –
Ik zal ze verbergen in een bak, in de kelder, onder het bed,
Voor een zwarte zaak krijgen jullie ze niet –
Noch de oudste, noch de jongste – geen beul, geen dief,
Geef je droom maar op – een Oekraïense moeder
Zal niet huilen wegens hun schuld.
(…) Mijn zonen gaan niet de oorlog in

Ik zal elk van hen veranderen in een lijster,
Jullie zullen ze niet te pakken krijgen, zoals je de maan niet uit de hemel kunt halen,
En ze zullen jullie schuld niet delen,
Hun hart zal zuiver blijven:
Vloekend een ander land vertrappen
Bij de heldere Dnjepr, de brede Don
Zullen hun stoffige voeten niet.

Elders dicht ze, denkend aan haar grootvaders, van wie de ene stierf tijdens het beleg van Leningrad, en de andere als chirurg tallozen het leven redde:

Laten we het heel duidelijk zeggen.
De onrechtvaardige oorlog
Heeft de ordes van de grootvaders waardeloos gemaakt.
Ik houd ze in mijn handen
En zeg: vergeef me
Grootvader Ivan, arts
In het militaire ziekenhuis tijdens de blokkade.
Ik wil horen wat hij zou zeggen
Over onze raketsalvo’s
Op Kiev. Ik buig mij hoofd en zwijg.
Ik hoor, grootvader, je stem –
Waarom zijn we bij Moskou gestorven?
Opdat de Russen vervolgens
Oekraïne tot weduwe maken?
Kaïn, Kaïn, waar is je broer Abel?



Een aantal gedichten is, waar nodig, door de samensteller van de bundel Joeri Leving, hoorleraar Russische letterkunde aan de Universiteit van Princeton, auteur van boeken over onder anderen Nabokov, Brodsky en Mandelstam, van commentaar voorzien. In een door de dichteres Ljoeba Makarevskaja op 28 april 2022 gepubliceerd gedicht wordt gerept van de mogelijkheid van een atoomoorlog. Levings commentaar luidt als volgt: Op 26 april 2022 verklaarde de minister van Buitenlandse Zaken van Rusland Sergej Lavrov in een interview op het Eerste Kanaal (van de tv – WGW) dat de risico’s van een atoomoorlog nu heel wezenlijk zijn en het gevaar ervan niet onderschat mag worden. Twee dagen eerder had de hoofdredacteur van de televisiezender ‘Rusland Vandaag’ Margarita Simonjan tijdens de show ‘Avond met Vladimir Solovjov’ gezegd dat er een atoomoorlog dreigde als de speciale operatie van de Russische Federatie in Oekraïne geen succes zou hebben: ‘Of we verliezen in Oekraïne, of de Derde Wereldoorlog begint. Persoonlijk denk ik dat de Derde Wereldoorlog het meest realistisch is, aangezien, ons kennende en onze leider Vladimir Vladimirovitsj Poetin kennende, het meest onwaarschijnlijke, dat alles uiteindelijk zal eindigen met een atoombom, mij het meest waarschijnlijk lijkt.’ Solovjov onderschreef de mening van Margarita Simonjan en citeerde de woorden van Poetin: ‘Wij wonen in het paradijs, maar zij zullen allemaal creperen.’

Op de nog steeds regelmatig uitgezonden en druk bekeken show van Solovjov1 wordt veel oorlogszuchtige taal gebruikt: het publiek wordt rijp gemaakt voor het ergste. Daar kan een bundel gedichten (de oplage is 2000, wat voor een poëzie-uitgave in Rusland tegenwoordig nog heel behoorlijk is) natuurlijk onmogelijk tegenop. Wel wordt de dreiging van een atoomoorlog in de bundel geregeld, en soms met de nodige ironie, aan de orde gesteld, bijvoorbeeld in het gedicht ‘Burgerbescherming-3’van Vsevolod Jemelin:

De indrukwekkende speciale operatie
Voorkwam een inval van Oekraïne
in de Russische Federatie,
Maar het atoomwapen heeft nog een ander schadelijk aspect
De radioactieve besmetting van het gebied.
Het zit zo,
Als de bom niet rechtstreeks op je

hoofd of op je voet valt
Zijn er vier gebieden:
A, B, C en, als belangrijkste, D.

Over zone A wil ik het niet eens hebben,
Die eist geen maatregelen,
Misselijkheid, diarree, bloed in de urine…
Om kort te gaan, niet meer dan 400 rem2

Zone B heeft meer aandacht nodig.
Als gevolg van verblijf daarin in de openlucht
Kunnen er verschillende ziektes ontstaan,
Tot en met het afsterven van het beenmerg.

In zone C bent u veel dichter bij het graf.
Naast de andere ziektes
Komt nu ook het delirium,
En de behandeling is gericht op de
verlichting van het lijden.

In zone D kun je het beste maar helemaal niet zijn.
Zelfs in de kortste tussentijd
Verliest de mens zijn oriëntatievermogen.
De dood komt binnen twee etmalen.

Om kort te gaan, het belangrijkste wat je kunt doen
Als je nog een beetje gezondheid
in je lichaam wilt houden
Is weg te kruipen in een spleet
En daar niet uit komen.

Het onaangename van dit schadelijke aspect
Is dat het zo lang kan duren.
Misschien is de voorraad suiker niet voldoende,
De boekweit of andere producten
die je lang kunt bewaren.

Enkele eeuwen
Kan het verval of de halfwaardetijd wel duren.
Daarentegen zal er in het bevrijde
Marioepol nimmer nooit
Een gay pride plaatsvinden.



‘Kruip weg in een spleet,’ is ook de raad die Vera Pavlova geeft. Pavlova is op dit moment misschien wel Ruslands bekendste dichter. Ze is in zo’n dertig talen vertaald (waaronder het Nederlands) en schrijft korte, meestal achtregelige berijmde gedichten, vaak voorzien van een pointe. Aan de anthologie ‘Poëzie van de laatste tijd’ heeft ze een tiental gedichten bijgedragen. Ik citeer er twee, onberijmd.

Zeg niet: ik schiet ernaast,
De kogel is geen kluns, hij vliegt tot het einde.
Schiet je naar de hemel, dan dood je een cherubijn.
Schiet je in de grond, dan dood je een lijk.
Een vogel. Een mol. Een libel. Een veldmuis.
De kogel is geen kluns – hij vindt zijn doel.
Luister niet naar de commandant – gooi je geweer weg.
Luister naar je moeder – kruip weg in een spleet.

Je enige zoon,
beschermer, helper, vriend,
komt zonder benen van het station,
omhelst je zonder armen,
vult een glas zonder bodem,
kijkt rond in de kelder zonder ogen
en zegt: er was oorlog
en ik heb die verloren.



Bij een anthologie als deze kan het haast niet anders dan dat dichters teruggrijpen op bekende bestaande gedichten, die dan voorzien worden van een nieuwe, bij de huidige oorlog passende tekst. Zo neemt de dichter en acteur Vadim Zjoek in een van zijn meer dan dertig bijdragen aan de bundel als voorbeeld het populaire volkslied ‘Soldatoeskji, bravy rebjatoesjki’ (‘Soldaatjes, dappere jongens’). In de tekst van het volkslied worden de Russische soldaten aangeroepen en vervolgens in een reeks coupletten hun moeders, vrouwen, broers, zussen, kinderen, grootvaders, die allemaal even dapper zijn als de soldaten zelf: ‘Soldaatjes, dappere jongens, / waar zijn jullie vrouwen? / Onze vrouwen zijn geladen geweren, Dat zijn onze vrouwen. // Soldaatjes, dappere jongens, / waar zijn jullie kinderen? / Onze kinderen zijn bajonetten, kogels, goed gerichte schoten, / Dat zijn onze kinderen.’ Zjoek maakt ervan:

Soldaatjes, dappere soldaatjes,
Waar zijn onze vrouwen?
Onze vrouwen zijn aangeschoten vogels,
Dat zijn onze vrouwen.

Soldaatjes, dappere soldaatjes,
Waar zijn onze kinderen?
Onze kinderen zijn bommen en raketten,
Dat zijn onze kinderen.

Soldaatjes, dappere soldaatjes,
Waar zijn onze zusters?
Onze zusters zijn dorpskerkhoven,
Dat zijn onze zusters.

En eindigt met:

Soldaatjes, dappere soldaatjes,
Waar is jullie geweten?

Alja Chajtlina, die in Duitsland woont en behalve dat ze dichter is ook vertaalt uit het Duits en Engels, kiest in een van haar vele bijdragen aan de bundel (op 16 mei) het wiegenlied als voorbeeld:

Slaap, mijn jongen, slaap,
Hier, op de rand van de lente,
Hier, op een ijsschots,
Die God weet waarheen drijft.

De wereld is groot voor jou,
Je schoenen zijn te klein.
De tijd doet ons pijn,
Wat die doet is slecht.

Slaap jij nu maar, ga liggen,
Sluit je oogjes toe.
Droom maar van het leven,
Niet van oorlog en bloed.

Droom van leuke gezelligheid,
Van zomers kant.
‘Mama, gaan ze me doodmaken?’
‘Nee, niet zolang ik leef.’
(…)

Je hoort, de branding raast,
Nee, ze gaan je niet doden.
Nee, zolang ik bij je ben.
Nee, zolang ze daar zingen.

Aan het slot van de bundel staat informatie over alle dichters die eraan hebben meegewerkt. Aangezien de dichters zelf die informatie hebben aangeleverd zijn er uitgebreide en minder uitgebreide gegevens. Sommige dichters sommen al hun activiteiten, bundels en de prijzen die ze hebben gekregen op, andere volstaan met een korte mededeling. Dmitri Koezmin heeft een hele pagina nodig, van Varvara Nedeoglo vernemen we alleen: ‘dichter en kunstenares. Geboren in 1997 in Moskou. Leeft en werkt overal.’

Wat maakt het uit, mensen zijn verschillend. Maar dat ze allemaal, zeker zij die in Rusland wonen, hebben meegedaan aan ‘Poëzie van de laatste tijd’ is alleen maar te prijzen. Ook al leest Poetin geen poëzie, ongevaarlijk is het niet om zich tegen zijn ‘speciale militaire operatie’ uit te spreken.






1 Naar verluidt heeft hij zijn zwangere vriendin, een bekende sportster, naar Amerika gestuurd, opdat haar kind, als ze daar bevalt, de Amerikaanse nationaliteit kan krijgen.
2 Röntgen equivalent, dosis straling waaraan men wordt blootgesteld.



<

TSL 96

>