Ilja Jasjin
Schetsen uit de gevangenis
Ilja Valerevitsj Jasjin (Moskou, 1983), is
een oppositiepoliticus en was naast Boris
Nemtsov (vermoord in 2015) en Aleksej
Navalny, een van de leidende figuren van
massabetogingen tegen het bewind van
Poetin. In 2014 sprak hij zich uit tegen de
annexatie van de Krim. In juni 2022 werd
hij vanwege zijn openlijke protest tegen
de oorlog in Oekraïne opgepakt en datzelfde jaar veroordeeld tot 8,5 jaar. Na een
aantal verplaatsingen zit hij sinds november 2023 zijn straf uit in IK-3 Sofonovo,
nabij Smolensk.
Onderstaande dagboekaantekeningen verschenen als Tjoeremnye zarisovki
(‘Schetsen uit de gevangenis’) in Pjataja
volna, nr 2 (2023) en in zijn boek Soprotivlenië polezno (‘Verzet heeft zin’), dat
afgelopen najaar verscheen bij Freedom
Letters. In het vorige nummer van TSL publiceerden we hier al een gedeelte van.
Met behulp van zijn advocaten slaagt
hij er tot nu toe in teksten op verschillende
kanalen (telegram, instagram, twitter) te
plaatsen.
Van Jasjin was al bekend dat hij een
getalenteerd redenaar en scherp denker
met humor is. In zijn schetsen uit de gevangenis toont hij zich ook een begenadigd schrijver. In ongepolijste en schijnbaar eenvoudige verhaaltjes beschouwt
hij met groot mededogen en humor het
treurige lot van de moordenaars en drugshandelaren met wie hij een cel deelt. Op
oudejaarsdag 2023 roept hij zijn volgers
op sociale media op om zich te trainen in
‘de liefde’ als antwoord op de haat die zich in de Russische maatschappij lijkt vast te
zetten. Hij schrijft: ‘Ik zie die liefde en
medemenselijkheid elke dag, zelfs hier,
achter de tralies, waar de verhoudingen
over het algemeen toch behoorlijk ruw
zijn. Ik zie bijvoorbeeld zo’n geharde bajesklant een trillend poesje, half bevroren
in de sneeuw, in zijn muts verstoppen. Ik
zie hoe een gevangenisbewaker een jongen troost, nadat de rechtbank zijn beroep
heeft geweigerd en hem in het kamp heeft
laten zitten. Ik zie hoe veroordeelden het
laatste wat ze hebben delen met anderen
die het moeilijk hebben en steun kunnen
gebruiken. Ik zie de zorg om hen die zwak
en terneergeslagen zijn.’
Na het overlijden van Navalny schrijft
Jasjin: ‘Nu zijn mijn beide vrienden dood.
Ik voel een zwarte leegte in me.’ Hij twijfelt er niet aan dat Navalny door Poetin
is vermoord. Hij schrijft ook dat hij zich
bewust is van het risico dat hij zelf loopt,
maar dat hij de ingeslagen weg zal voortzetten. Op 4 maart jl. meldt hij dat hem
te verstaan is gegeven dat hij nu te boek
staat als een ‘persoon die geneigd is het
extremisme te bestuderen en verbreiden’.
Er is daarom alle reden om ons zorgen te
maken om zijn lot.
Politieke gevangenen kunnen post ontvangen
via https://rosuznik.org/. Op deze site staan de
regels voor het brieven schrijven aan politieke
gevangenen en staat een namenlijst van politieke gevangenen aan wie men mails kan sturen. Ook Ilja Jasjin stond op deze lijst.
14 december 2022
De laatste paar weken waren extreem druk door de rechtszaak. De zittingen waren vrijwel dagelijks en met zo’n schema wordt een gedetineerde beslist een druk baasje. Om zes uur ’s ochtends, als de anderen
nog slapen, word je uit je cel gehaald. Na uren wachten in een smerige,
doorrookte verzamelruimte volgt een lange rit in een overvol en benauwd gevangenenbusje, dat de gedetineerden in groepjes bij de rechtbanken afzet. Vervolgens zit je te verpieteren in een cel van de rechtbank, ’s avonds is er opnieuw het busje en dan weer de verzamelruimte
in de gevangenis. Rond twee uur ’s nachts, als de anderen al slapen, val
je op bed. Maar om zes uur ’s ochtends gaat de celdeur open en begint
alles van voren af aan.
Kortom, na het vonnis heb ik een paar dagen achter elkaar geslapen, vrijwel aan één stuk door. Maar nu moet ik toch even wat kwijt.
Gedurende deze vijf maanden achter de tralies heb ik buitengewoon
veel steun ervaren, waar ik extra kracht uit putte. Hoog tijd voor een
woord van dank.
Op de eerste plaats dank aan mijn advocaten Vadim Prochorov,
Maria Eismont en Michail Birjoekov. Iedereen heeft gezien hoe ongelooflijk hard zij voor mij vochten in een absoluut hopeloze situatie. Ze
werkten als een goed geolied team, nauwkeurig, met kennis van zaken
en vasthoudend. Je moet daarbij bedenken dat advocaten die oppositieleden verdedigen grote persoonlijke risico’s nemen. In de rechtbank
spreken ze zonder blad voor de mond over oorlogsmisdaden, waardoor
ze ook zelf doelwit worden. Het is werk dat om echte moed vraagt. Dat
waardeer ik.
Ten tweede wil ik mijn familie en vrienden bedanken. Ik snap dat
het voor mijn vader en moeder mentaal zwaarder is dan voor mij. Tenslotte heb ik een bewuste keuze gemaakt, die zij maar hadden te accepteren. En toch hebben ze nooit een teken van zwakte vertoond, mij
geen schuldgevoel aangepraat en hebben zij en mijn vrienden mij met
warmte en zorg omringd. Wanneer je naasten niet alleen van je houden,
maar ook je keuzes respecteren, is dat veel waard.
Tot slot ben ik erg ontroerd door de steun van al die mensen, die
zich mijn lot aantrekken. Jullie kunnen je niet voorstellen hoe fijn het
voor mij was jullie gezichten in de rechtszaal te zien en jullie van achter het glas te horen. De stroom brieven wordt maar niet kleiner, ik
zwem erin. Nu weet ik pas echt wat ‘één voor allen, allen voor één’
betekent.
Met het wrede vonnis heeft men mij moreel willen verpletteren.
Dat is een misrekening geweest: ik heb nog nooit zoveel kracht gevoeld. En nooit eerder ben ik er zo zeker van geweest dat alles uiteindelijk goed komt.
En jullie moeten daar ook op vertrouwen.
26 december 2022
Een oud arrestantengezegde luidt: ‘Eenmaal gevangen – vrouw vervangen.’ Logisch, dat je in gelukkige tijden een relatie makkelijker
in stand houdt, dan in verdrietige. Maar het leven zit hoe dan ook vol
verrassingen
* * *
In de cel van de rechtbank drink ik thee met een voormalig jurist. Hij
vertelt dat hij bij een groot bedrijf werkte. De baas werd van fraude
beschuldigd en vluchtte Rusland uit. In zijn plaats belandden de boekhouder en nog een paar medewerkers achter de tralies. Ze zitten al ruim
drie jaar vast.
De man is treurig. Vóór zijn arrestatie had hij een prachtige vrouw,
een dochtertje en een labrador. Na een halfjaar kwam zijn vrouw op bezoek in de gevangenis, liet een verzoek tot echtscheiding zien en stelde
op zakelijke toon voor om alle bezittingen op haar naam te zetten.
‘Ik heb het er met wat mensen over gehad,’ legde ze uit. ‘Jij moet
nog erg lang zitten. Wij hebben het harder nodig.’
De man ging niets vrijwillig op haar naam zetten, maar had ook
geen puf meer om zich te verzetten. Hij keek simpelweg toe hoe zijn
teerbeminde zich via de rechter achtereenvolgens de auto, de garage,
vrijwel al het geld én de helft van hun appartement toe-eigende.
‘Nog een geluk, dat ze ons dochtertje toestaat me te bellen,’ zegt-ie.
* * *
In ‘De Beer’ kom ik soms een kerel tegen voor wie de gevangenis ook
met een familiedrama begon. Als vrij man was hij een succesvol zakenman geweest die zijn vrouw aanbad en in de watten legde. Na zijn
arrestatie zei ze evenwel dat ze hiervoor niet had getekend, dat ze niet
van plan was met pakjes de kampen af te reizen, en domweg gelukkig
wilde zijn. De scheiding was snel geregeld, en knap als ze was, vond
ze vrijwel direct een nieuwe echtgenoot en postte vakantiefoto’s met
hem op sociale media.
En daarmee zou de kous af zijn geweest, ware het niet dat ook het
nieuwe huwelijk een jaar later stukliep. Daar leed ze een poosje onder,
maar daarna schreef ze aan de gedetineerde dat alles haar nu duidelijk
was. Ze vroeg hem haar te vergeven en terug te nemen. Ditmaal was
het de gevangenisadministratie die het jonge paar in de echt verbond.
‘Je vindt me zeker een sukkel, hè?’ vraagt hij, terwijl hij een sigaret
opsteekt. ‘Nou misschien ben ik dat ook wel. Dat zegt iedereen. Ik hou
van haar, wat doe je eraan...’
* * *
In de Boetyrka-gevangenis raakte ik bevriend met een man, iets jonger
dan mijn vader. Hij zit al vier jaar vast, en dreigt nog eens zo lang te
moeten zitten. Hij vertelt dat hij de eerste maanden in de cel doorbracht
als in een koortsdroom. Hij kon niet geloven wat er met hem gebeurde, werkte zijn eten machinaal naar binnen en lag bijna de hele tijd
zwijgend op bed. Maar toen hij weer enigszins zichzelf was, schreef
hij zijn vrouw: ‘Ik moet lang zitten. Ik wil je leven niet kapotmaken.
De scheidingspapieren komen via de advocaten. Vergeef me, vaarwel’.
Hij kreeg een brief terug in een sappig mengsel van liefdesbetuigingen en exquise scheldwoorden. De kern was: ‘Waar zie je me voor
aan? Ik hou van je en laat je nooit in de steek. En als je denkt dat je van
me afkomt door in de bak te gaan zitten, dan heb je het mis. Idioot!’ De
man is nooit meer op het onderwerp teruggekomen.
Ik had een keer bezoek van mijn ouders en in het hokje naast ons
zat die gedetineerde, met zijn vrouw tegenover hem.
Jongens, als jullie eens hadden kunnen zien hoe die twee elkaar
aankeken.
11 januari 2023
Het etensluikje in de celdeur ging piepend open en een bewaakster
fluisterde luid: ‘Jasjin, pak uw spullen. U gaat op transport.’
Ik wreef in mijn ogen en keek op mijn horloge. Vijf uur ’s ochtends.
‘Op transport, Jasjin,’ herhaalde de vrouw fluisterend, om de anderen niet wakker te maken. ‘U heeft 15 minuten’.
* * *
In de verzamelruimte zaten de gedetineerden opgepropt en bietsten
sigaretten van elkaar. Iemand lag te dommelen op tassen, een ander
krabbelde letters in een Zweedse puzzel, een derde speelde met zijn
gebedssnoer. Een gevangenisbeambte kwam binnen met een stapel
dossiers en kondigde aan dat het transport via Vladimir en Kirov naar
Kazan ging. De eerste twee regio’s staan bekend om hun zware omstandigheden, maar in Tatarstan is het regime wat milder.
De beambte zag mijn vragende blik en keek in zijn papieren.
‘Zo te zien Oedmoertië, Valeritsj,’ zei hij. ‘Geen luilekkerland, natuurlijk. Maar ook geen Kirov, het is te doen.’
* * *
De Kamaz-truck reed tot pal aan de trein en de gevangenen sprongen
één voor één de wagon in, zo een die in de volksmond al ruim honderd
jaar een ‘Stolypin’ heet. Negen coupés, door tralies van het gangpad
gescheiden, elk voorzien van zes bedden, drie boven elkaar. Geen kussens, geen beddengoed, geen ramen. Drie keer per dag volgens rooster
wc-bezoek en heet water.
Ik kreeg twee koude maaltijden in mijn handen, wat erop wees dat
ik twee etmalen onderweg zou zijn. Ik bekeek de trein en dacht aan
Pjotr Stolypin, regeringshoofd uit de tsarentijd. Hij voerde belangrijke
hervormingen door, sprak over een Groot Rusland – maar de mensen
kennen hem als gevangeniswagon. Vraag een willekeurige gevangene
wie Stolypin was, en hij zal zonder nadenken antwoorden: ‘Dat weet
iedereen toch: een wagon!’
* * *
Het transport was vrolijk en luidruchtig, omdat er twee coupés met jonge vrouwen waren. Ze waren als eersten ingeladen; de schatjes hadden
zich gezellig op de bedden geïnstalleerd en loerden naar de gedetineerden die de bewaker achter elkaar de trein in joeg.
‘Kijk meisjes, die is leuk!’
‘Maar voor hem liep zo’n intellectueel, met een bril. Zeker een
oplichter?’
Bij het horen van vrouwenstemmen rekten en draaiden de jongens
vol verbazing hun nek. Al na een paar uur schreeuwde iedereen enthousiast naar elkaar, maakte kennis en wisselde adressen uit. Tegen
de avond spraken de jongens en meisjes af wie met wie ging trouwen
en wie op wie zou wachten na het strafkamp. Het leek wel een reisje
naar een pionierskamp, alleen de gesprekken over de strafzaken brachten ons terug naar de werkelijkheid. Eén meisje had haar drinkmaatje
doodgestoken, de rest zat voor handel in verdovende middelen. De
strafzaken van de mannen kenden meer variatie: zij zaten voor gewapende overval, autoroof of diefstal.
* * *
In de coupé naast me bleek de advocaat Dmitri Talantov te zitten, die
net als ik voor een anti-oorlogsbericht op sociale media was gearresteerd. We spraken elkaar door de tralies en hadden het over van alles
en nog wat: politiek, geschiedenis, literatuur.
Op zeker moment begon hij hardop poëzie van Brodsky voor te
dragen. Een langslopende bewaker bleef staan luisteren.
‘Zeg, wat voor werk doe jij eigenlijk?’ vroeg hij aan Dmitri.
‘Ik ben voorzitter van de orde van advocaten,’ antwoordde Talantov. ‘En jij?’
‘Ik ben cipier,’ zuchtte de man en liep verder.
10 februari 2023
Inmiddels zit ik bijna zeven maanden vast. Dit is nu mijn wereld: gevangenissen, Stolypin-wagons, doorrookte verzamelruimten en mensen met een geknakte levensloop. Een wereld op zich, omheind door
prikkeldraad en tralies.
Vrienden, ik wens het niemand van jullie toe om hier te belanden,
maar ik wil jullie wel tonen wat ik zie.
Als kind had ik tekenles, maar ik heb, denk ik, vanaf mijn veertiende niet meer getekend. In de gevangenis besloot ik het weer op te
pakken in een poging deze sombere boel weer te geven.
Wees niet te kritisch.
13 februari 2023
Het was al drie uur ’s nachts toen de gedetineerden die op transport
wachtten uit de gevangenis van Izjevsk naar buiten werden geleid. In
kleine groepjes dromden we samen bij de gevangenenbusjes die ons
naar het station moesten brengen. Een slungelige jongeman kijkt mij
in het donker met priemende blik aan.
‘Zeg, ben jij niet die… hoe heet-ie nou… Lev Jasjin1!’
‘Bijna goed.’
‘Precies! Ik heb jou destijds nog aangehouden!’
De ex-politieagent vertelde opgewekt hoe hij had meegedaan aan
het harde optreden tijdens het Forum van Onafhankelijke Afgevaardigden in maart 2021. We waren bijeengekomen in Zalencomplex Izmajlovo, maar onze zaal werd bijna onmiddellijk afgegrendeld door veiligheidstroepen en meer dan honderd afgevaardigden uit heel Rusland
werden gearresteerd.
‘Weet je nog dat je de arrestantenbus in werd geduwd? Toen kwam
je bij mij!’
En blij dat hij is, alsof hij een oude vriend tegen het lijf is gelopen.
Overigens zitten we dit keer aan één en dezelfde kant van de tralies.
Vorig voorjaar had de agent een paar borrels op, reed door rood, botste tegen een auto op een kruising en vloog met zijn Mercedes tegen
een huis. De chauffeur had zijn gordel om en kwam er met een hersenschudding vanaf. Maar de passagier had de veiligheidsgordel genegeerd, was door de voorruit gevlogen en ter plekke overleden. De
agent kreeg zes jaar strafkamp.
* * *
In de Stolypin-wagon zit ik tegenover een oude man. Voorovergebogen
rookt hij een papirossa. Op zijn vingers zie ik door de tijd vervaagde
tatoeages. ‘Zat je al eerder, vader?’ Hij knikt. Van zijn 62 levensjaren
zat Michailytsj er vijfentwintig in kampen. De langste periode die hij
zat was van 1986 tot 1998. Heb je net het interessantste gemist, zeg ik.
De oude man lacht een tandeloze lach. Ja, zegt hij, ik draaide in het ene
land de bak in, en kwam er in het andere uit.
Nu moet hij weer zitten. Hij was met zijn buurman in het dorp aan
het drinken gegaan. Van het een kwam het ander, hij nam een stuk hout
en sloeg hem z’n hersens in. Buurman dood.
‘Geen spijt?’
Hij maakt een wegwerpgebaar en draait zich om.
* * *
In Kirov wordt er een jongen bij ons in de coupé gezet. Hij gooit zijn
plunjezak af en steekt zijn hand uit: Vasili. Hij komt uit een kleine stad,
zit een straf uit vanwege een vechtpartij met een agent en wil naar de
oorlog. Ik breek een stuk chocolade voor hem af en vraag of hij niet
bang is om te sneuvelen.
‘Nee hoor, ik ben een geluksvogel. Ik ben twee keer met mijn motor
gecrasht, niks aan het handje…’
Hij laat de littekens op zijn kop zien als bewijs voor zijn overlevingsvermogen. ‘Oké,’ zeg ik, ‘maar ben je zelf bereid om te doden?
Die mensen daar verdedigen hun eigen grond, en jij valt met je wapens
het land van een ander binnen.’ De jongen haalt zijn schouders op.
‘Het zijn toch allemaal nazi’s…’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Dat was op tv’.
‘En jij gelooft alles wat je op tv ziet?’
‘Denk je dat ik gek ben? Op tv liegen ze alles bij elkaar.’
Vasja knabbelt onbekommerd aan zijn chocolade en ik probeer te
verwerken wat ik net heb gehoord.
‘Hé Vasj…’
‘Ja?’
‘Ken je Oskar Koetsjera2 toevallig?’
20 februari 2023
Ik heb me altijd afgevraagd waar Balabanov3 zijn filmpersonages vandaan haalde. Al die sombere bandieten, provinciale gangsters, dinosaurussen uit de jaren negentig… Eigenlijk zijn ze nooit weggeweest.
Van Nizjni Novgorod tot Moskou zat ik in de Stolypin met Koljan,
een verfomfaaide man met piekhaar in een trainingspak. We bleken
even oud, maar je zou hem dik boven de vijftig geven. Hij rookt nonstop en kan uren over zijn leven vertellen.
Nikolaj groeide op in het Verre Oosten, voltooide met hangen en
wurgen zijn school en ging bij de mariniers dienen. Nadat hij was
afgezwaaid zoop hij een paar maanden aan één stuk door, maar uiteindelijk werd hij door wat oudere jongens ‘bijgespijkerd’. Hij ging met
bendeleden naar afspraken, hing rond op de markt, inde beschermgeld
van marktlui. Maar het zat hem niet mee: bij de eerste de beste serieuze
klus liep het mis.
De bende kreeg een tip over een handelaar die thuis een grote som
geld bewaarde. De knapen braken bij hem in, bonden hem vast aan een
stoel…
‘En nou ja, we martelden hem een beetje, tot hij de code van de
kluis gaf,’ legt Koljan uit, en doet voor hoe hij de keel van het slachtoffer dichtkneep.
Het was een fikse buit, meer dan honderdduizend dollar. Maar terwijl de boeven aan de kluis morrelden, wist de ondernemer zich los te
maken en stormde schreeuwend naar het raam. Koljan beschrijft kleurrijk hoe ze de man opnieuw probeerden vast te binden en de mond te
snoeren en…
‘Afijn, toen heb ik zijn kop eraf gehakt,’ zucht hij. ‘Daar is het op
uitgedraaid.’
Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn geweest, als een van de
gangsters in het gevecht niet zijn handschoen had verloren en vingerafdrukken had achtergelaten. De bende werd opgerold en Nikolaj verdween voor dertien jaar achter de tralies.
In het strafkamp begon de koppensneller een romance per correspondentie. Een vrouw uit Tjoemen kwam bij hem op bezoek, raakte
zwanger en toen Koljan vrijkwam wachtte er een gezin op hem: een
echtgenote en een dochtertje.
Samen met zijn vrouw begon de ex-gevangene een handeltje in
‘Chinees textiel’. De dame bleek hem echter niet trouw: ze ‘kreeg iets
met een ander en begon geld te jatten’. Koljan werd voor een tweede
keer veroordeeld omdat hij zijn vrouw ‘een beetje had afgeranseld’
waarop zij ‘ging klikken bij de smerissen’.
Terwijl hij vastzat, verkocht de vrouw alles en vertrok naar een
andere stad. Nikolaj vond haar, eiste zijn deel op en dreigde het kind af
te pakken. Vervolgens deed de echtgenote aangifte bij de politie en beschuldigde hem van pedofilie. Hij zou zijn dochter misbruikt hebben.
En ja hoor: hij draait de bak weer in. De aanklager stelt hem 15 tot 18
jaar streng regime in het vooruitzicht.
Mijn gespreksgenoot blaast kringetjes rook uit en bedenkt hoe oud
hij is wanneer hij weer vrijkomt. Hij klaagt dat het ‘zwaar is vast te
zitten op zo’n ranzige aanklacht’.
Ik kijk naar de grond.
‘Ik denk dat ik maar naar de oorlog ga,’ zucht hij.
‘Dat wordt je dood,’ zeg ik.
‘Dood ben ik toch al.’
27 maart 2023
Mijn buurman ging op transport naar een strafkamp, en de volgende
dag al werd zijn bed ingenomen door een nieuwe celgenoot. Een vrolijke baardmans van een jaar of dertig met een bierbuik en gekleed
in een camouflagebroek: een echte ‘mazzelaar’ met maar liefst twee
strafzaken.
Kijk, met artikel 228 (drugsbezit) verras je hier natuurlijk niemand,
maar met artikel 337 (ongeoorloofde afwezigheid van een legereenheid) ligt dat anders.
Dat zat zo. In de herfst werd Mitjaj gemobiliseerd en voor opleiding en training naar een plaats in de buurt van Tver gestuurd. Tien dagen lang marcheerde hij daar met duizenden andere stakkers over het
exercitieterrein en sliep in een overvolle kazerne. Daarmee was zijn
voorbereiding afgerond. De gemobiliseerden kregen te horen dat ze
over een week naar de zone van de speciale militaire operatie zouden
vertrekken. Tegelijkertijd werd het door de regering beloofde geldbedrag overgemaakt: 195 duizend roebel de man.
Mitjaj zat zich een paar dagen te vervelen en vroeg toen aan de
commandant of hij naar Moskou kon om, zegt-ie, zijn moeder te helpen met wat huishoudelijke klussen en zo. Dat mocht, maar de commandant beval hem om tegen de ochtend terug te zijn.
De rekruut ging naar de hoofdstad, regelde zijn zaakjes, en kocht
tevreden een spuit en een paar doses heroïne. Op de terugweg naar zijn
eenheid lag hij heerlijk te slapen op de achterbank van een taxi. Hij
werd gewekt door een politieagent, die met een zaklamp in zijn gezicht
scheen. Deze toevallige controle op de Moskouse ringweg leidde ertoe
dat Mitjaj in plaats van bij zijn eenheid nu op beschuldiging van drugsbezit onder huisarrest kwam te zitten.
Kan gebeuren, dacht Mitjaj. Thuis opgesloten zat hij vreedzaam
voor de buis met een zak chips. Tot hij werd opgehaald en linea recta
naar de aanklager werd gebracht, die hem iets nieuws ten laste legde.
‘Waarom bent u ongeoorloofd afwezig van uw eenheid, burger rekruut?’
‘Daar kan ik niks aan doen. Ik ben toch onder… dinges… huisarrest.’
‘Dat ontslaat u niet van uw plicht jegens het Vaderland. Kijk hier,
artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie.
Ondertekenen graag. Reken op een jaartje of tien.’
Mitjaj beziet zijn lot vol verbijstering en begrijpt nog niet helemaal
wat er gebeurt. Maar zijn moeder, die jaren in het Russische leger heeft
gediend, lijkt het daarentegen uitstekend te begrijpen. Hij leeft tenminste, zegt ze. Misschien heeft God hier de hand in gehad. Blijf maar
rustig zitten, zoonlief.
3 april 2023
De nieuwe buurman pakte zijn spullen uit, keek om zich heen en plofte
op het bed. Onze celgenoot Oemarali uit Bisjkek kwam op hem af.
‘Sjojgoe?’ vroeg hij vriendelijk.
‘Eh, nee,’ antwoordde de nieuwkomer verrast. ‘Ik heet Mitjaj’.
Onze Kirgies is soms moeilijk te begrijpen, omdat hij het Russisch
slecht beheerst en vaak zijn eigen woorden bedenkt. Een advocaat
noemt hij bijvoorbeeld ‘appelkaat’ en familie ‘frimilie’. Als hij je een
mok voorhoudt en hoopvol vraagt ‘sjojgoe?’, dan vraagt hij alleen of
je suiker in je thee wil en bedoelt hij niet dat hij de minister van Defensie achter de tralies wil zien.
Oemarali zit vast voor drugshandel. Van de Russische gevangenisbevolking is meer dan de helft zoals hij. Veel van hen hebben in hun
jacht naar snel geld geen idee van de enorm zware straffen die hun te
wachten staan. Ze slaan het Wetboek van Strafrecht pas open als ze al
in de gevangenis zitten. Uiteindelijk verdwijnen de drugskoeriers voor
10 à 15 jaar de bak in. Als het meezit voor 7 à 8.
Wanneer onze Kirgies van deze celstraffen hoort, lacht hij en maakt
een wegwuivend gebaar. Hij gelooft er niks van dat hij voor die 150
gram badzout4 die ze hem bij het fouilleren afnamen tien jaar zou kunnen krijgen. Hij denkt dat we hem voor de gek houden en weet zeker
dat hij tegen de maand mei vrijkomt. Hoezo in mei? Nou, dan wordt
het net een beetje warmer. Dan heeft hij in de cel overwinterd en is het
mooi geweest. Tijd om vrij te komen.
Overigens was Oemarali helemaal niet van plan geweest de gevangenis in te gaan. Toen de conciërge hem bij zijn mouw greep terwijl hij een pakketje drugs verstopte, had hij zich niet eens verzet en
braaf op de politie gewacht. Hij dacht dat ze hem in het ergste geval
een nachtje in een politiecel zouden houden en hem dan zouden laten
gaan. Wat had hij nou helemaal gedaan? Hij had niet gemoord, niet
gestolen. Gewoon een pakketje neergelegd, moet je daarvoor nou de
bak in?
De naïviteit van Oemarali is ontwapenend. Hij heeft helemaal geen
spijt dat hij zich met drugs heeft ingelaten. Sterker nog: hij is er oprecht van overtuigd dat zijn ‘gezwoeg’ respect verdient. Hij had immers ‘werk’ en teerde niet op de zak van zijn ‘frimilie’.
Ik word soms woest van zulke argumenten, maar discussiëren met
hem is totaal onmogelijk. Je kunt zeggen wat je wil; Oemarali glimlacht slechts goedhartig en vraagt: ‘Sjojgoe?’
13 april 2023
Wat ik waardeer in mijn gevangenisbewaarders is hun gevoel voor humor. Brengen ze me een nieuwe buurman in de cel. Een lid van Verenigd Rusland, goeie genade. Zie je het voor je? Hij is nog niet binnen
of hij verklaart trots dat hij assistent van een parlementariër was, lid is
van de regeringspartij en zelfs een oorkonde bezit van de campagnestaf
van Poetin.
Nou vriend, ben jij even goed terechtgekomen, was mijn eerste gedachte.
Maar eigenlijk was het geen kwaaie. Niet zo jong meer, rookt stevig en hoest veel. Hij vertelt de hele tijd moppen met een baard, die
hijzelf om onduidelijke redenen parabels noemt. Hij zit natuurlijk voor
fraude.
Discussiëren met hem is lollig, maar niet boeiend. Meestal poneert
hij een niet-voor-de hand-liggende stelling en heft bij wijze van argument eenvoudig zijn vinger.
Zo zegt hij bijvoorbeeld: ‘Je kunt Poetin voor van alles uitmaken,
maar hij heeft wel een sociale staat opgebouwd’. En hop, die vinger
omhoog.
‘Was het niet Poetin die de pensioenleeftijd verhoogde?’ vraag ik
ter verduidelijking.
Hij wuift mijn vraag weg en gaat roken op de wc. Zo van: het gesprek is afgelopen. Ik heb het je al uitgelegd.
En dan pocht hij nog dat hij een boek geschreven heeft dat binnenkort in drie talen en vijf landen zal verschijnen. Het boek heet: ‘De succesformule’ en – en dat typeert hem – is gebaseerd op de persoonlijke
ervaringen van de auteur.
Ik merk meesmuilend op dat ik niet gauw een boek over succes zou
kopen van iemand die in de gevangenis zit. Vindt-ie niet leuk.
10 mei 2023
In de herfst vertrokken gevangenen massaal naar het front. Nu zie je
een omgekeerde tendens: zij die terugkeren uit de oorlog komen steeds
vaker achter de tralies. Ook mijn nieuwe celgenoot is een soldaat die
tot voor kort nog in de loopgraven van Loehansk zat, maar nu op beschuldiging van wapenhandel een gevangeniscel bewoont.
Deze Grisja is al niet meer zo jong: hij wordt binnenkort 57. Hij
heeft er als scherpschutter al twee Tsjetsjeense missies op zitten. Op
zijn lichaam heeft hij kleurrijke tatoeages: de Dood met een geweer
in plaats van een zeis en een schedel met een donkerrode baret.5 In
juni had hij een contract getekend en kwam hij in Izjoem. Vanwege
zijn ogen mocht hij niet meer bij de scherpschutters, maar werd hij
sergeant-majoor bij de infanterie. Vanaf dag één was het een hel: beschietingen, luchtaanvallen, ontelbare verliezen. Hij vertelt dat ze een
dorp binnentrokken en gebombardeerd werden. Bij zijn maat werd een
been afgerukt, Grisja trok hem de struiken in en vroeg om evacuatie.
Terwijl ze daarop wachtten kropen er pal voor hun ogen katten uit de
verlaten huizen, die gek van de honger van de afgerukte kuit begonnen
te vreten…
Na een maand raakte Grisja zelf ook gewond. Tijdens een gevecht
boorde een scherf van een mijn zich in zijn arm. Tot november lag hij
in een hospitaal. Daar las hij op internet hoe zijn strijdmakkers het opgegeven Izjoem ontvluchtten, met achterlating van het materieel.
In de winter keerde hij nabij Svatovo terug in de gelederen,
waar hij als door een wonder niet sneuvelde door de Himars-raketten. Maar toen zijn contract was afgelopen kwam hij vrijwel
meteen in de gevangenis.
Ik probeer bij Grisja te achterhalen waarom hij überhaupt
naar het front vertrok, wil begrijpen wat zijn motivatie was.
Maar die heeft hij niet. Van het regime houdt hij niet. In het ‘nazi-regime’ van Zelensky gelooft hij niet. En de commandanten
die hun mannen als kanonnenvlees gebruiken veracht hij.
‘Maar wat had je daar verdomme dan te zoeken, Grisja?’
‘Ik miste de oorlog,’ grijnst hij, ‘én het geld... Voor mijn
verwonding gaven ze drie millies. Waar anders kan ik zoveel
verdienen?’
Hij beschrijft hoe zijn eenheid een welvarend landbouwbedrijf bezette en daar soldaten onderbracht. Na een paar dagen
verschenen er Kadyrovtsy die er met alle vrachtwagens en tractoren vandoor gingen. De eigenaar van de boerderij haastte zich
naar de militaire aanklager, die zelfs een klacht opstelde en erg
met hem meevoelde... Kortom, er was een Oekraïense boer, die
een succesvol bedrijf opbouwde. En vervolgens kwam de ‘Russische Wereld’ hem redden. En beroofde hem met de hulp van
de Kadyrovtsy.
‘Heb jij daar zelf geen moeite mee, Grisja?’
We brachten lange dagen door met praten en discussiëren. Ik
vertelde hem over Boetsja, Marioepol, de bombardementen op
Kiev en Odessa. Ik schreeuwde, legde uit en beargumenteerde.
‘Luister Iljoecha,’zei Grisja uiteindelijk, ‘als ik weer naar de
oorlog ga, dan als chauffeur. Ik zal geen wapen ter hand nemen.
Dat beloof ik.’
Dat op zijn minst, Grisja. Op zijn minst.
7 juni 2023
Hallo vrienden!
Velen van jullie zijn ongerust en vragen zich af hoe het met
me gaat en wat er momenteel in mijn gevangenisleven gebeurt.
Ik besloot jullie een brief te schrijven om dat te vertellen.
Ik bevind me nog altijd in het Moskouse Huis van Bewaring
nr. 4. Al anderhalve maand wacht ik op een document van de
rechtbank, waarmee men mij naar een kamp kan sturen. Ik zal
er geen doekjes om winden: het is een nerveus wachten. Gezien
de ervaring van mijn kameraden (Aleksej Navalny, Andrej Pivovarov, Aleksej Gorinov) belooft een kamp niet veel goeds. Ik
wist overigens waaraan ik begon en ik bekijk het filosofisch. Ik
ga het redden. Maar wanneer en waarheen ik ga, weet ik nog
steeds niet.
Het is alleen vervelend dat ik mijn ouders al een maand niet
gezien heb. Aangezien mijn dossier niet meer op de rechtbank
ligt, maar ook nog niet is aangekomen bij het huis van bewaring, is er niemand die toestemming kan geven voor bezoek. Anderzijds heeft Vova Kara-Moerza zijn kinderen al meer dan een jaar
niet gezien; hij mag ze niet eens bellen. Ik heb dus niets te klagen.
Ik deel mijn cel met drie anderen, elk met een eigen aanklacht:
drugs, wapens, fraude. Mijn celgenoten zijn al lang niet gewisseld,
daarom publiceer ik even geen nieuwe gevangenisverhalen.
Ik lees nog altijd veel: boeken, kranten, jullie brieven. Het grootste
deel van de dag heb ik oordopjes in. Die helpen me te concentreren en
besparen me de propaganda die uit de tv stroomt. Oordoppen: briljant!
Ik kan trouwens van de boeken die ik hier heb gelezen een lijst samenstellen met mijn persoonlijke favorieten. Willen jullie dat?
Ik doe natuurlijk aan sport. Meestal aan de rekstok op de luchtplaats. Maar soms heb ik geluk en kan ik trainen in de sportzaal van
de gevangenis, die eruitziet als een krachthonk uit de jaren negentig,
maar dat heeft wel wat. Ik ben trouwens de laatste maanden fysiek
sterker geworden en probeer in vorm te blijven. Dat is hier belangrijk.
Ik werk elke dag. Op de dag van mijn arrestatie heb ik beloofd dat
ik ook in de gevangenis zal proberen jullie stem te zijn tegen de oorlog
en de dictatuur. Ik houd woord. In minder dan een jaar tijd heb ik bijna
50 interviews gegeven aan Russische media en aan bijna alle belangrijke internationale kranten. Ik roep consequent op tot het terugtrekken
van de Russische troepen uit Oekraïne en verdedig publiekelijk de belangen van het anti-oorlogsgezinde deel van onze samenleving. Ik leg
aan een westers publiek uit dat Poetin niet hetzelfde is als Rusland,
dat hij mensen in een angstgreep houdt en dat het niet juist is om de
terrorist en de gegijzelde samen verantwoordelijk te houden voor het
misdrijf.
Maar wat in de gevangenis vooral op de loer ligt, is dat je verbitterd raakt en je geloof in mensen en gerechtigheid verliest. Het hele
systeem is daarop ingericht. Maar ik verzet me daartegen. Ook jullie
moeten je daartegen verzetten.
Ik omhels jullie allemaal,
jullie Ilja Jasjin
Vertaling Pauline Michgelsen, Dorie Nielen en Anne-Marie Heemskerk
1 De beroemde voetballer Lev Jasjin (1929-1990) is overigens geen familie.
2 Oskar Koetsjera is een Russische acteur en televisiepresentator, en een uitgesproken voorstander van de inval van Rusland in Oekraïne. Sprak zichzelf tegen met betrekking tot de oorlog in een interview met Joeri Doed.
3 Aleksej Balabanov (1959-2013), Russische filmmaker, bekend van onder meer de sombere gangsterfilms Brat en Brat 2.
4 Synthetische drugs.
5 Wordt uitgereikt aan militairen die beproevingen hebben doorstaan.